Het leger kruisvaarders trok verder, een spoor van verwoestingen achterlatend. De volken van Klein-Azi konden geen weerstand bieden tegen de kruisvaarderslegers. In 1099 turnen ze Jeruzalem in. In Palestina stichtten de kruisvaarders vier staatjes, waarvan het koninkrijk Jeruzalem het belangrijkst was.
Deze staatjes was geen lang leven beschoren. In 1144 heroverden de Turken een van de vier staatjes. De Tweede Kruistocht (1147-1149) strandde in Syri. In 1187 nam Saladin, leider van de Turken, Jeruzalem in en de Derde Kruistocht (t 189) bracht daar geen verandering in. Saladin bouwde een groot rijk dat Syri n Egypte omvatte. Toen de Europese kruisvaarders merkten dat ze daar niet tegenop konden, namen ze Constantinopel als doelwit. In :204 plunderden kruisvaarders, die op weg waren naar Jeruzalem, de stad. De kruistochten van de dertiende eeuw werden geen succes.
Gevolgen van de kruistochten
Politiek en militair hebben de kruistochten geen blijvende resultaten opgeleverd, want de piepkleine christelijke staatjes in Palestina waren niet levensvatbaar. De kruisridders waren waarschijnlijk bitter teleurgesteld in het Heilige Land. De belangstelling voor de latere kruistochten was dan ook niet te vergelijken met het enthousiasme vlak voor de Eerste Kruistocht.
Met de kruistochten begon voor Constantinopel een periode van grote militaire onrust. Dan weer belegerden Europese vorsten de hoofdstad van het Oostromeinse Rijk, dan weer Turken. In 1453 viel Constantinopel in Turkse handen. Duizend jaar na het einde van het Westromeinse Rijk was nu ook het Oostromeinse Rijk aan het einde gekomen. De Turken veranderden de naam Constantinopel in Istanbul.
Een indrukwekkende cultuur
Voor de Europese cultuur hadden de kruistochten belangrijke gevolgen. Europeanen kwamen oog in oog te staan met een cultuur die op een veel hoger peil stond. Ze zagen moskeen en badhuizen met ronde koepels op het dak, prachtige paleizen met bloeiende praaltuinen, stromend water in zelfs de meest eenvoudige huizen, mozaekvloeren en Perzische tapijten. Ook de witte lakens op Arabische bedden hadden ze nog nooit gezien. In het centrum van de steden lag meestal een wijk met nauwe, vaak overdekte straten vol werkplaatsen en winkeltjes. In deze bazaars lagen produkten als olijven en dadels uit Noord-Afrika, rijst en tarwe uit Egypte, goud uit Afrika, specerijen uit India, zijde uit China, koper uit Spanje en Noord-Afrika. Ook boden kooplieden blanke, zwarte en bruine slaven aan. Veel produkten hadden de kruisvaarders nog nooit eerder gezien: make-up, glaswerk, papier, katoen, tapijten en zwaarden van staal.
