WAAROM BESTUDEREN WE NOORDWEST EUROPA?
Tot nu toe hebben we volken en beschavingen bestudeerd in het Midden-Oosten en het Middellandse Zeegebied. Egyptenaren, Joden, Grieken en Romeinen hebben grote invloed gehad op onze beschaving. Toen Athene en Rome bloeiende steden waren, was Noordwest-Europa een uithoek; een dunbevolkt, woest natuurgebied. Voor de Grieken was het onbekend terrein. De Romeinen kregen er pas rond het begin van onze jaartelling belangstelling voor. Over de bevolking, eerst Keltische en later Germaanse stammen, schreven de Romeinen niet erg vleiend. Het waren in hun ogen barbaarse plunderaars. Waarschijnlijk zijn Kelten en Germanen onze voorouders en we hebben dan ook te maken met hun erfenis. De oudste overblijfselen bestaan niet uit geschreven bronnen, want pas rond 600 na Chr. gingen Kelten en Germanen schrijven. Wel zijn er veel bodemvondsten gedaan, zoals fraaie sieraden en wapens. In dit hoofdstuk zullen we zien hoe hun cultuur invloed heeft gehad op de loop van de geschiedenis in ons deel van de wereld. Vooral de rol van de Germanen is belangrijk, want na 400 na Chr. werden zij de nieuwe hoofdbewoners van Noordwest-Europa. De Kelten werden toen verdreven naar uithoeken als Ierland, Bretagne en Cornwall.
De komst van de Germanen leidde tot de ondergang van het Romeinse Rijk. Deze gebeurtenis markeert de overgang naar een nieuw tijdvak: de middeleeuwen. De middeleeuwen begonnen rond 500 en duurden tot 1500.
In dit hoofdstuk staat de periode tot 1000 centraal. Een periode waarin verschillende volken Noordwest-Europa binnentrokken. Romeinen onderwierpen de Kelten, Hunnen veroorzaakten de volksverhuizingen en Germanen verdreven de Romeinen. Het is ook een tijdperk, waarin koningen, graven, hertogen en andere edelen om de macht streden. Er waren perioden dat een koning een groot rijk onder zijn bestuur had. Maar lang duurde dat nooit. Plaatselijke edelen wisten weer de macht te grijpen en grote rijken vielen uiteen in kleine hertogdommen en graafschappen. In het spel om de macht ging de kerk een steeds grotere rol spelen. Europa ging over op het christendom en de kerk bezat uitgestrekte grondgebieden.
