De koran
De openbaring van Allah aan Mohammed werd vastgelegd in een boek, de koran. De tekst van de koran is al tijdens Mohammeds leven opgeschreven en vlak na zijn dood (632) definitief vastgesteld. In de koran staan honderdveertien hoofdstukken, die 'soera's' worden genoemd. De eerste soera is kort. Daarna komen de lange, verhalende soera's. gevolgd door de kortere, die oproepen tot geloof en overgave aan Allah.
Jodendom, christendom en islam kennen dus alle drie een heilig boek. De thora, de bijbel, en de koran lijken op elkaar, maar verschillen ook sterk. In alle boeken gaat het over dezelfde god onder andere namen (Jahweh, God, Allah), en om dezelfde mensen: Abraham, Mozes, David.
Over Jezus lopen de meningen uiteen. De joden erkennen hem niet, de christenen zien in hem de zoon van God en de verlosser, de moslims zien hem als een belangrijke profeet. De joden en de christenen wijzen de profetie en de openbaring van Mohammed af. Terwijl dat voor de islamieten de enige waarheid is, want in de koran spreekt Allah rechtstreeks tot zijn gelovigen. Hij is van het begin tot het einde aan het woord, honderdveertien soera's lang. Daarom vinden moslims de koran het meest betrouwbare boek. Allah is voor de laatste maal aan Mohammed verschenen, en daarmee is de openbaring afgesloten. Mohammed is 'het zegel der profeten'.
Het Beloof de islam
Mohammed wilde de Arabieren een eenvoudig en ingrijpend geloof leren. De enige en eenvoudigste manier om te geloven was de volledige overgave, onderwerping aan Allah. Dat is ook de letterlijke betekenis van het woord islam: overgave aan Allah. De volgelingen van de islam heten
ten. Ze worden ook moslims genoemd. Moslim betekent letterlijk belijder, dat wil zeggen iemand die zijn verplichtingen tegenover Allah moet nakomen. De belangrijkste verplichting is de geloofsbelijdenis: 'Er is geen god dan Allah en Mohammed is zijn profeet.' Verder bidt een moslim vijf maal per dag, waarbij hij de eerste soera opzegt. Een moslim moet aan liefdadigheid doen. Behalve losse aalmoezen moet hij een tiende deel van zijn inkomen wegschenken. Eenmaal in zijn leven moet een moslim naar Mekka om deel te nemen aan de bedevaart. En in de maand ramadan mag niemand tussen zonsopgang en zonsondergang eten of drinken. Allah zal goed zijn voor hen die zich aan deze regels houden.
In de islam zijn kansspelen en alcoholgebruik streng verboden. Mohammed nam ook regels over uit het jodendom en uit de Arabische gods-
diensten. De bedevaart naar Mekka werd bijvoorbeeld al gehouden en ingepast in de islam. De besnijdenis en het verbod op varkensvlees kennen we uit de joodse godsdienst.
Mohammed beperkte de gewoonte een uitgebreide harem op te bouwen. Wie het zich kon veroorloven, mocht maximaal vier vrouwen trouwen. Toch hadden rijke islamieten vaak een uitgebreide harem. Dat is niet zo'n wonder, want in de Arabische denkwijze schiep rijkdom verplichtingen tegenover arme stamgenoten. Door huwelijken met meisjes uit arme families deelden ze als het ware hun rijkdom. Mohammed zelf trouwde na de dood van zijn vrouw tien keer, meest met vrouwen uit de families van vooraanstaande stamleiders uit Arabi.
