WAAROM BESTUDEREN WE CHRISTENDOM EN ISLAM?
In de afgelopen vier hoofdstukken hebben wc vaak aandacht besteed aan het onderwerp godsdienst. Egyptenaren, Babylonirs, Grieken en Romeinen aanbaden vele goden; ze hadden allen een polythestische godsdienst. De Romeinen waren op godsdienstig vlak allerminst kieskeurig. Ze namen onderdelen van andere godsdiensten over zonder zich druk te maken over de vraag welke van die godsdiensten 'de ware' was. In het Romeinse Rijk bestond rond het jaar zoo na Chr. een bonte verscheidenheid aan godsdiensten. Romeinse, Egyptische, Perzische en nog veel andere goden werden aanbeden. Ook keizers lieten zich als een god vereren. Er was n uitzondering op al die polythesten: in Palestina woonden de Isralieten en de Joden, die n god aanbeden. Dat heet het monothesme.
Vijfhonderd jaar later, rond 70o na Chr., is het polythesme van de Aardbodem weggevaagd. Zeus, Hera, Juno, Mars, Isis, Osiris en Mardoek zijn van het toneel verdwenen; hun tempels zijn verwoest of vervallen en hun priesters en priesteressen verdwenen. De grote hoeveelheid godsdiensten heeft plaatsgemaakt voor twee nieuwe wereldgodsdiensten: het christendom en de islam. Beide godsdiensten aanbidden en vereren n god.
Nu kun je zeggen dat godsdienst een persoonlijke zaak is, of dat je er weinig belangstelling voor hebt. Bij het christendom en de islam kan dat niet. Deze godsdiensten zijn geen geschiedenis, ze hebben de loop van de geschiedenis bepaald. Ook tegenwoordig hebben ze nog grote invloed op het leven van alledag. Denk aan christelijke scholen, kranten, politieke partijen en tijdschriften. Ook zie je de invloed van de godsdienst terug in steden en dorpen; in de christelijke wereld heeft elk dorp zijn kerk, in de islamitische wereld zie je overal moskeen. In dit hoofdstuk bekijken we hoe beide wereldgodsdiensten ontstonden en zich verspreidden en waarom ze tot de dag van vandaag zo'n grote invloed op ons leven hebben.
