Stadsleven
Het straatbeeld in een Romeinse volkswijk. Een
pleintje met wat winkels rond een fontein. De kroegbaas hangt aan de toog, winkeliers helpen klanten, kinderen spelen en een uitgeteerde bedelaar schreeuwt om een aalmoes. Vier slaven torsen een dame in een draagstoel.
Dit beeld kon je honderden jaren lang in Rome tegenkomen. Alsof de geschiedenis er niet doordrong. Toch waren er veel veranderingen. zoo voor Chr. dronken de klanten van de kroegbaas wijn uit Itali en gebruikte de bakker Italiaans graan voor zijn brood. Na de verovering van de provincies kwamen steeds meer produkten van buiten Itali, zoals graan uit Egypte en potten en pannen uit Spanje. En de vrouw in de draagstoel is de nicht van een belastingpachter die in de verre provincie Asia schatrijk is geworden.
Wonen
De meeste Romeinen woonden in huurkazernes, woonblokken van meerdere verdiepingen. Flats zouden wij zeggen. Grond was duur en de huurkazernes werden steeds hoger, vooral toen de grote stroom proletarirs op gang kwam.
Het leven was er niet prettig. Een afvoer of stromend water ontbrak en binnenshuis kookten de bewoners op een platte bak met gloeiende houtskool. Om naar de wc te gaan, moest je eerst alle trappen af naar de openbare wc's. Daar stond een rij van wel twintig toiletpotten naast elkaar. Naar de wc gaan was een sociale gebeurtenis.
Veel huurkazernes waren slecht gebouwd. Hoewel keizer Augustus verbood gebouwen van meer dan acht verdiepingen op te trekken, hielden weinig bouwers zich eraan. Met de regelmaat van een klok stortten de gammele huurkazernes in.
