Aquaducten voorzagen zo'n tweehonderd steden
van vers water. Rome zelf had er elf en sommige waren meer dan honderd kilometer lang.
Waarom lieten de Romeinen door het hek rijk goede wegen aanleggen en waarom lieten ze voor verafgelegen steden aquaducten bouwen? De bouwwerken toonden de macht van Rome. Maar uit de koortsachtige bouwactiviteiten van de Romeinen blijkt ook dat ze niets aan het toeval wilden overlaten, dat ze nadachten over het bestuur en de inrichting van hun rijk. Romeinen beschouwden hun rijk als hun machtsgebied, als hun imperium. Ze wilden met hun bestuur en hun bouwwerken laten zien hoe machtig ze waren. En wat het betekende om onderdeel van het Romeinse Rijk te zijn. En dat was een belangrijk verschil tussen het Romeinse en voorgaande grote rijken, die veel minder aan de ontwikkeling van hun veroverde gebieden deden.
Dank zij het goede wegenstelsel konden de Romeinen alle uithoeken van het rijk snel bereiken en zodoende goed controleren. Het uitgestrekte wegenstelsel bevorderde de handel. Vanuit de provincies kwamen vele goederen naar Rome. Voor de onderworpen volken betekenden de handelsmogelijkheden welvaart. Het leek wel of alle wegen naar Rome leidden. Om dit aan het volk duidelijk te maken werd in het jaar zo voor Chr. op het Forum een gouden mijlpaal geplaatst; het eindpunt van alle wegen in het hele rijk.
De Romeinen brachten ook het zeeverkeer tot grote ontwikkeling. Zeilschepen konden 400 voor Chr. al zo'n duizend ton vervoeren. Graan was het belangrijkste produkt. Het werd in het ruim gestort en op het dek stond het stukgoed dicht opeen gestouwd. Rome kende al grote reders die tientallen schepen bezaten, maar ook kleine schippers. Rome beheerste de Middellandse Zee.
De godsdiensten van de Romeinen
De Romeinen kenden dezelfde goden als de Grieken. Wel hadden ze andere, Latijnse namen gekregen. Zeus heette Jupiter, Hera heette Juno. Het is interessant, maar ook eigenaardig dat de Romeinen de Griekse goden overnamen. Hadden de Romeinen zelf geen goden? Zeker, maar dat waren goden die stamden uit de tijd dat Rome nog een kleine stad was. Ze heetten Janus en Vesta.
Vesta was de godin van de huiselijke haard en het haardvuur. Zij werd gediend door vijftien priesteressen, de Vestaalse maagden, die uit de aanzienlijkste families van Rome kwamen. Plebejers konden na verloop van tijd ambten als consul of praetor vervullen, maar nooit konden ze hun dochter laten wijden in de tempel van Vesta. Een Vestaalse maagd werd tussen haar zesde en haar negende met groot ceremonieel ingewijd. Het was haar taak het haardvuur in de tempel van Vesta te bewaren. Een Vestaalse maagd moest dertig jaar priesteres blijven, maar ook daarna traden de meeste priesteressen niet uit.
Janus was de beschermgod van de stad Rome. Hij had twee gezichten, het ene gericht op Rome ons de vrede en de harmonie in de stad te bewaren, het andere naar buiten gericht om te waken tegen vijanden. Hij was het symbool van de Romein als vader, de 'pater familias', die thuis de baas was, maar die ook goed op de gemeenschappelijke belangen van Rome moest letten.

Griekse en Egyptische goden
Waarom hebben de Romeinen de overgenomen? We kunnen er slechts naar raden.
De Grieken hadden een grotere verscheidenheid aan goden: een god van de zee, de handel, de kunst, de oorlog etcetera. Dat was aantrekkelijk en bovendien waren de Romeinen niet zo kieskeurig. Verschillende godsdiensten konden naast elkaar bestaan. Door de goden van onderworpen volken over te nemen, hoopten de Romeinen die volken te vriend te houden.
Toen de Romeinen rond het begin van de jaartelling in Egypte belandden, maakten ze kennis met de Egyptische godsdienst. In Rome verschenen lsistempels en wie het kon betalen liet zich begraven in een piramide. De koningen en farao's werden in Egypte als god vereerd. Dat sprak de keizers van Rome wel aan. Caesar en Augustus waren de eersten die zich als een god lieten vereren.
Behalve al deze goden leefden in Rome veel waarzeggers. piskijkers en tovenaars, die de wil van de goden meenden te kennen. Voor een klein bedrag kon je je toekomst laten voorspellen of een vervloeking over iemand laten uitspreken.
In dit tolerante (of onverschillige) klimaat kon een nieuwe godsdienst. het christendom, zich snel verspreiden. Toch stuitte het christendom op grote weerstanden. De christenen vereerden maar n god en weigerden hardnekkig de keizer als een god te vereren. Daarom werden ze meedogenloos vervolgd. Toch zou het christendom uiteindelijk de staatsgodsdienst der Romeinen worden. In hoofdstuk 5 zien we hoe dat verlopen is.
