Ook zorgden de rijke politici voor vermaak door gratis circusvoorstellingen en ander amusement te organiseren. Veel arme mensen kregen zo bescherming bij een rijke Romein, de patroon, in de vorm van 'brood en spelen'. Als tegenprestatie moesten ze in de volksvergaderingen zijn voorstellen steunen. De clientle, zo heette de afhankelijke groep. hielp dus de patroon aan invloed of aan een ambt in ruil voor bescherming. De patroon die de meeste clinten onderhield, kreeg zo de grootste invloed. Zo werden de volksvergaderingen applausmachines voor de patroon met de grootste clientle. Dat was natuurlijk niet de bedoeling van de volksvergaderingen.
Familie
In Rome waren familiebanden belangrijker dan wij ons kunnen voorstellen. In onze maatschappij zijn de familiebanden vrij los; grootouders, ooms, tantes, neven en nichten zijn wel 'familie', maar wonen niet bij elkaar in huis. Een gezin, ouders en kinderen, staat op zichzelf.
In het oude Rome was dat anders. Huwelijken, de aankoop van land of het bouwen van een huis waren familiezaken. Naar buiten toe was de heer des huizes de baas. Maar binnen de familie had hij te maken met zijn broers (en hun familie), zijn vader, zijn vrouw (en haar familie) en met zijn kinderen.
Ook in de politiek waren familiebanden belangrijk. Binnen een netwerk van families werden de ambten verdeeld. Pas in de eerste eeuw na Chr. zou dat veranderen.
Rome en Carthago
Nadat de Romeinen de Grieken hadden verslagen, begon er een serie oorlogen om de heerschappij in het Middellandse Zeegebied. De machtige handelsstad Carthago in Noord-Afrika beheerste zeevaart en handel. Rome wilde die positie overnemen. Op figuur 13 staan de gebieden van Rome en Carthago.
Tussen Carthago en Rome waren belangrijke verschillen. De Romeinen heersten over een aaneengesloten gebied. Hoewel ze de veroverde gebieden goed onder de duim hielden, hadden de bewoners economisch niet echt te lijden onder de Romeinse overheersing. Boeren mochten hun grond blijven verbouwen en handelswegen bleven open voor kooplieden. Rome had daardoor in de veroverde gebieden betrouwbare bondgenoten. De Romeinen wierven hun soldaten uit de eigen bevolking. Alle Romeinse mannen tussen zeventien en vijfenveertig jaar kwamen ervoor in aanmerking. Het valt moeilijk te zeggen of dit nu dienstplichtigen of vrijwilligers waren. Vrijwilligheid zoals wij dat kennen zouden de Romeinen maar vreemd hebben gevonden. Het was een voorrecht in het leger te mogen dienen. Afgekeurd worden was een schande. De kolonin die Rome in Itali had gesticht leverden ook veel soldaten en hulptroepen van de bondgenoten beschermden de flanken van het leger.
Carthago was een handelsrijk. Het bezat verspreid liggende gebieden in Spanje, Noord-Afrika, Sicili en Sardini. Daar woonden volken die onderling sterk verschilden. Deze volken moesten schatting betalen aan Carthago, dat daardoor voldoende geld had voor huurlegers en een enorme vloot. Carthago had dus geen eigen leger en had ook geen betrouwbare bondgenoten.
Panische oorlogen
De oorlogen tegen Carthago staan bekend onder de naam 'Punische oorlogen' (Punii is de Romeinse naam voor Carthagers). De eerste oorlog brak uit om het bezit van Sicili. Rome wilde niet dat Carthago daar zijn macht zou uitbreiden. De strijd tegen Carthago was moeilijk. Rome moest bijvoorbeeld op zee vechten en daar hadden de Romeinen weinig ervaring in. Gelukkig kozen de pas onderworpen Griekse steden de kant van Rome. omdat ze bang waren dat een overwinning van Carthago het einde zou betekenen van de handelsvrijheid die de Romeinen toestonden. Ze hielpen met de bouw en de uitrusting van een vloot. Na de Eerste Punische Oorlog (264-241 voor Chr.) kreeg Rome Sicili in handen. Het eiland werd de eerste Romeinse provincie, een gebied dat direct onder Romeins bestuur stond.
