Romeinen en Grieken
De Grieken woonden al eeuwenlang in Zuid-Itali. In de achtste eeuw voor Chr. landden de eerste Griekse kolonisten op de kusten van Zuid-Itali en Sicili. Het waren landverhuizers die hun vaderland verlieten om elders in de wereld het geluk te zoeken. De kolonisten bleven in contact met de steden in Griekenland. Ze beschouwden Zuid-Itali. Griekenland en de westkust van Klein-Azi als n geheel, Groot-Griekenland. De Romeinen keken erg op tegen de Grieken. 'Zo'n hoogstaand volk moest wel machtige goden hebben', dachten de Romeinen. Ze besloten tempels op te richten voor de Griekse goden. Ze leerden Grieks en kregen. net als de Grieken, belangstelling voor hun eigen geschiedenis. De Romeinen hadden ook bewondering voor het vakmanschap van de Griekse ambachtslieden, beeldhouwers en bouwmeesters. Ze imiteerden de Grieken en importeerden Grieks aardewerk en sieraden.
Hun bewondering was vermengd met angst; angst voor overheersing door de Grieken. De Romeinen wilden rust aan hun grenzen en de Grieken bedreigden die rust.
Pyrrhus
De Grieken waren op hun beurt bang voor de Romeinen, omdat zij immers alle volken van Itali hadden verslagen. In 282 voor Chr. riepen ze daarom koning Pyrrhus te hulp. Pyrrhus regeerde over een klein rijk, Epirus, in het noordwesten van Griekenland. Hij was een ervaren veldheer die droomde van een groot rijk onder zijn heerschappij. Voor dat doel zette hij alles op n kaart. Hij landde met twintigduizend soldaten, enkele duizenden ruiters en twintig strijdolifanten in Zuid-Itali.
De Romeinse legioenen konden niet op tegen de Grieken, maar veel voordeel had Pyrrhus niet van zijn overwinning. Beide partijen leden grote verliezen, maar de Romeinen stampten veel gemakkelijker nieuwe legers uit de grond. Pyrrhus moest ze van (te) ver halen. Hij zag zijn benarde situatie in: 'Nog n zo'n overwinning en ik ben verloren.' Wij danken er de uitdrukking een 'Pyrrhusoverwinning' aan: een overwinning waarvoor een te hoge prijs is betaald.
Toen Pyrrhus zich in 275 voor Chr. terugtrok, was Rome heer en meester in heel Itali. Het was een grote mogendheid geworden. Een dikke eeuw later zou Rome de hele Griekse wereld hebben ingelijfd.
Het Griekse voorbeeld
De Romeinen hadden de Grieken overwonnen, maar dwongen hen niet Romeinse gebruiken over te nemen. Integendeel, de Romeinen namen uit het oosten scheepsladingen Griekse godenbeelden mee die ze op de pleinen van Rome neerzetten, Griekse kappers en toneelspelers schreven de mode voor, Griekse slaven verzorgden het onderwijs. Grieks onderwijs wel te verstaan, in geschiedenis en welsprekendheid.
Romeinen beschreven de Grieken al, 'bekwame vaklui, intelligente waarnemers en kritische denkers'. Dat boeide de Romeinen, want de Grieken gingen heel anders om met de wereld dan de Romeinen. De Grieken schrokken er niet voor terug om met het woordje 'waarom' steeds weer het wereldbeeld op losse schroeven te zetten. Terwijl de Romeinen sterk aan traditie hechtten. Voor hen was alles zo, omdat het altijd zo geweest was. De Romeinen waren sterker op het vlak van de praktische oplossingen. Hadden ze een goede methode ontwikkeld, dan hielden ze eraan vast. Wegen, aquaducten, maar ook de wetgeving en het onderwijs waren eenvormig; in het hele rijk
en eeuwen achtereen. Vaste maten, vaste verhoudingen, duidelijke afspraken; daar hielden Romeinen van.
Geen wonder dat de andere denkwijze van de Grieken ook vaak weerstand opriep. Er waren heel wat Romeinen die al dat Griekse gedoe veroordeelden. De liflafjes van Griekse koks, vrouwen die hun man in het openbaar 'schatje' noemden, het was ze een gruwel. 'Moeilijk te volgen, betweters, vreemde snoeshanen, verwijfde dichters, sjacherende kooplieden', hield een Romein zijn zoon voor.
Hoewel de Romeinen veel hebben overgenomen van de Grieken. zijn de denkwerelden van beide volken nooit helemaal versmolten. Het zijn altijd twee aparte werelden gebleven. De traditie van de Romeinen stond haaks op het voortdurende 'waarom' van de Grieken.
Het bestuur van Rome
Als ergens duidelijk wordt dat de Romeinen hechtten aan tradities, dan is het wel op het vlak van het bestuur. Door de overwinning op Pyrrhus en de Grieken was Rome een militaire macht om rekening mee te houden. Toch bestuurden de Romeinen hun inmiddels behoorlijk gegroeide rijk nog steeds op dezelfde manier als in 510 voor Chr. In dat jaar hebben de Romeinen, en dat was een grote uitzondering, iets afgeschaft: het koningschap. De koning was aanvoerder in oorlogen, voorzitter van de volksvergadering, rechter en priester. Hij was een alleenheerser en dat wilden de Romeinen niet meer. Na de afschaffing van het koningschap besloten de Romeinen tot een nieuwe bestuursvorm, de republiek.
De meeste macht kreeg de senaat, waarin de leiders van de belangrijkste adellijke geslachten zaten. Als je eenmaal gekozen was, bleef je senator voor de rest van je leven. Er was ook een volksvergadering die elk jaar de ambtenaren koos die de republiek moesten besturen.
De ambten
De belangrijkste bestuurders (magistraten) waren de twee consuls. Ze voerden de legers aan, bestuurden de stad, ontvingen gezanten en sloten verdragen. Het waren er altijd twee, zodat ze elkaar in de gaten konden houden. Andere bestuurders waren de twee praetoren die wetgeving en rechtspraak regelden. Questoren regelden de financin en aedilen waren verantwoordelijk voor een ordelijke gang van zaken in de stad. Ze beheerden markten, tempels, bronnen, badhuizen, brandweer en politie. Ze organiseerden ook grote godsdienstige volksfeesten.
