Rome, de eeuwige stad
Rome wordt de 'eeuwige stad' genoemd. Dat kan betekenen dat de stad eeuwen oud is, maar dat geldt ook voor veel andere steden. Rome draagt de titel 'eeuwige stad', omdat het in alle tijdvakken van de geschiedenis een belangrijke rol heeft gespeeld.
In de oudheid was het de hoofdstad van het Imperium Romanum, het Romeinse wereldrijk. Een miljoenenstad met tientallen paleizen, honderden tempels, stadions, pleinen, waar een massa van duizenden handelaren, tienduizenden slaven, ambachtslieden, bedelaars en avonturiers leefde. Vijf eeuwen teerde Rome op de schattingen die meedogenloze belastingophalers uit de provincies persten. Rome was dus toen al een wereldstad.
In de middeleeuwen was het de zetel van de pausen die aan het hoofd stonden van de rooms-katholieke Kerk. De pausen zagen zichzelf als plaatsvervanger van God op aarde. En ook als de erfgenamen van de macht van de Romeinse keizer. De pauselijke macht was in heel Europa voelbaar. Ze benoemden bisschoppen en zalfden koningen en keizers. Koningen en keizers waren dus verantwoording schuldig aan de paus. Rome is tot in onze tijd het reisdoel van duizenden pelgrims. Rome was en is dus een godsdienstig centrum in de wereld.
In de moderne geschiedenis (vanaf 1500) bleef Rome in cultureel opzicht een van de belangrijkste steden van Europa; de Romeinse bouwkunst kreeg in Europa veel waardering. Ook werd Rome de culturele trekpleister van Europa. Schrijvers, schilders en architecten trokken naar de eeuwige stad. Elke ontwikkelde jongeman die het betalen kon, deed op zijn rondreizen door Europa Rome aan.
Toneelschrijvers als William Shakespeare, compo-
nisten als Purcell en Haendel verwerkten onder werpen uit de Romeinse geschiedenis in hun to- neelstukken en opera's. In 1871 werd Rome de hoofdstad van een nieuwe staat, Itali. Ook nu trekt Rome jaarlijks honderdduizenden toeristen. Ze komen om religieuze redenen en om de vele cultuurschatten te bekijken.
Rome en haar buren
Door Itali loopt een langgerekte bergrug, de Apennijnen (zie figuur 3). In dit gebergte ontspringt de rivier de Tiber. Die loopt door het noorden van de landstreek Latium en mondt uit in de Tyrrheense Zee. Op de noordelijke, hoge oever van deze rivier lagen, niet zo heel ver van zee, rond z00 voor Chr. wat dorpen tegen de heuvels. Waarschijnlijk woonden er boeren. Geleidelijk groeiden de dorpen samen tot een kleine stad met beneden aan de rivier een bestraat marktplein, het Forum. Daar was een oversteekplaats en misschien zelfs wel een brug. Het was een stad met eenvoudige huizen aan een rivier waar wat handel werd gedreven: Rome.
De burgers van de stad Rome, de Romeinen, waren niet de enigen en zeker niet de machtigsten die Itali bevolkten. Ten noorden woonden in een smalle kuststrook de Etrusken en in het zuiden hadden rond 75o voor Chr. de eerste Grieken kolonin gesticht. Ze zagen Zuid-Itali als een deel van Groot-Griekenland. Voor Noord-Itali, met zijn barbaarse bevolking, hadden de Grieken niet zoveel belangstelling.
