Tweeduizend jaar Griekse
geschiedenis
In zoon voor Chr. was Kreta het handelscentrum van het Middellandse Zeegebied. Rond 140o voor Chr. ging de cultuur op Kreta ten onder. Op het vasteland was Mycene een belangrijk centrum. dat rond 'zoo v. Chr. ten onderging.
Ongeveer 900 voor Chr. begon de omwikkeling van de Griekse cultuur opnieuw. Er vormden zich stadstaten, waarvan Athene en Sparta de belangrijkste waren.
Samen met andere stadstaten weerstonden ze de aanvallen van de Perzen in 490 en 48o voor Chr. Daarna kreeg Athene de leiding in een verbond van stadstaten. Toen volgde onder Pericles de bloeitijd van Athene. In de machtige stadstaat had zich een nieuwe bestuursvorm ontwikkeld: de democratie. Het einde kwam toen Sparta in 431 voor Chr. een verbond sloot met andere stadstaten om de macht van Athene te breken. In 404 rukten de Spartanen Athene binnen.
Na de langdurige oorlogen tussen Athene en Sparta (431-404 v.Chr) waren beide steden verzwakt. Thebe werd een tijd lang de machtigste stad van Griekenland, maar werd van die plaats verdrongen door Macedoni. De Macedonische koning, Philippus, onderwierp de verdeelde Griekse steden. Het lukte hem niet de Griekse steden in Klein-Azi te bevrijden van de Perzen.
Alexander de Grote
De twintigjarige zoon van Philippus, Alexanders trok KleinAzi binnen en versloeg het Perzische leger bij de rivier de Granicus. Daardoor kon hij verder trekken. Binnen een jaar voegde hij heel Klein-Azi aan zijn rijk toe Bij Issus (zie figuur 27 en 28) versloeg hij de Perzen opnieuw. Nu kon hij doortrekken naar Syri en Egypte. Vanuit Egypte trok hij naar het oostent Na de slag bij Gaugamela konden de Perzen geen weerstand meer bieden. Babylon Persepolis en Susa vielen in Alexanders handen. Nog was het niet genoeg. Hij trok verder tot aan de Indus. Toen dwongen zijn soldaten hem terug te keren. Hij stierf in 323 v.Chr., 33 jaar oud.
Alexander was een veroveraars maar eigenlijk ook een ontdekkingsreizigers Hij wilde van zijn veroveringen n rijk maken. Hij moedigde soldaten aan om te trouwen met Oosterse vrouwen. En geleerden in zijn gevolg bestudeerden de volken en streken waar ze kwamen. In Egypte stichtte hij een nieuwe stad. Alexandri. en ook in het oosten stichtte hij steden met die naam. Hij betaalde de bouw van de nieuwe steden met de enorme goudschatten die hij op de Perzische koning had veroverd. Daar liet hij munten van slaan. die hij in omloop bracht. Het gevolg was dat in het gehele veroverde gebied een enorme economische activiteit op gang kwam De handel en de nijverheid groeiden enorm. De handelstaal was Grieks. Door de vermenging van de Griekse en de Oosterse cultuur ontstond een nieuwe beschaving die we hellenisme noemen.
Na de dood van Alexander viel zijn grote rijk uiteen in drie delen: Egypte, Macedoni en Syri. De handelscontacten bleven bestaan, zodat Alexanders dood niet het einde van het hellenisme betekende, Integendeel, Alexandri groeide uit tot de belangrijkste handelsstad van het Middellandse Zeegebied. Rond zoo voor Chr. kregen de drie hellenistische rijken te maken met de Romeinen, veroveraars uit het westen van het Middellandse Zeegebied. Ook hun komst betekende niet het einde van de hellenistische beschaving. De Romeinen namen juist de leefwijze uit het oosten over. In hoofdstuk 4, dat gaat over het Romeinse Rijk, zullen we zien hoeveel de Romeinen van de Grieken hebben overgenomen.
