De Olympische spelen
Alle Grieken. dus niet alleen de Spartanen, vonden een goed getraind lichaam belangrijk. Wij denken bij een worstelaar aan iemand die amper kan praten en bij een filosoof aan een schriel ventje met een veel te grote bril. Bij de Grieken hoorden een ontwikkelde geest en een ontwikkeld lichaam bij elkaar. Hoogtepunt in het lichamelijk en geestelijk leven waren de Olympische spelen. De Olympische spelen werden gehouden ter ere van de god Zeus. Door uitzonderlijke prestaties hoopten deelnemers de gunst van de goden te winnen. Godsdienst en sport hadden bij de Grieken dus met elkaar te maken.
Rond 1870 deden Duitse archeologen in Olympia opgravingen. Ze vermoedden dat daar iets te vinden zou zijn, want de spelen van Olympia waren de beroemdste van de Griekse wereld. Ze vonden het terrein, zeven hectaren groot, met renbanen, werpvelden, tribunes en verspringbakken. Ook waren er tempels. Priesters waren aanwezig bij de opening, want de eerste dag was gewijd aan godsdienstige plechtigheden. Wij kennen natuurlijk ook de openingsceremonie van de Olympische spelen. Maar een Athener uit het oude Griekenland zou zich zeker afvragen aan welke grote god al die pracht en praal was gewijd. Misschien aan de god van de gevulde chocoladerepen?
De deelnemers arriveerden dertig dagen voor de spelen en ze woonden in tenten, in het Olympische dorp. Ze kwamen uit alle delen van de Griekse wereld, dus ook uit de kolonin.
Olympische vrede
De Olympische spelen waren de uitdrukking van
de eenheid van alle Grieken. Tijdens de spelen
werden dan ook alle onderlinge oorlogen ge-
staakt. Bovendien moesten de atleten veilig kun-
nen reizen.
Eenmaal heeft Sparta deze heilige regel gebroken. Tijdens de Peloponnesische oorlog stuurde de stad een leger van tienduizend man op pad tegen Athene. De woede was groot en Sparta werd uitgesloten. Pas na de betaling van een fikse boete mocht Sparta weer meedoen.
De moderne spelen (ze worden vanaf 1898 om de vier jaar gehouden) volgen in tijden van oorlog een andere regel. Tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog werden de spelen afgelast; de oorlog ging door. Nog in I980 deden de Verenigde Staten niet mee aan de spelen in Moskou, omdat de (voormalige) Sovjetunie oorlog voerde in Afghanistan.
Winnaars en verliezers
De winnaars op de spelen zagen hun naam terug op een lijst die zorgvuldig bewaard bleef Over de duizend (!) jaar dat de Olympische spelen plaats hadden, is een ononderbroken lijst van winnaars samengesteld. De oudste lijst dateert van 776 voor Chr. Winnaars kregen als beloning olijftakken van de heilige boom bij de tempel van Zeus. Geldprijzen kende men niet, maar de steden beloonden hun winnaars rijkelijk. Een arme winnaar uit Athene kreeg van een geestdriftige stadgenoot zoveel geld dat hij in een klap een rijk man was. Ook het stadsbestuur stelde vijfhonderd drachmen ter beschikking, genoeg om een huis van te kopen.
Vrouwen waren noch als deelnemer noch als toeschouwer welkom. Een moeder die zich als man verkleedde om haar zoon te zien winnen, werd zo enthousiast dat ze het uitschreeuwde. Ze werd aangehouden en ter dood veroordeeld. Men schonk haar genade, omdat ze een Olympisch winnaar als zoon had. Zeus zou dat wel door de vingers zien.
Literatuur en toneel
De taal verenigde alle Grieken. Alle Grieken kenden de twee boeken van de blinde dichter Homerus. Griekse kinderen leerden lezen met behulp van de Ilias en de Odyssee.
In de Ilias vertelt Homerus over de belegering van de stad Troje door de Grieken. Hoogtepunt van het boek is de strijd tussen de sterkste Griek. Achilles, en de Trojaanse prins Hector. Het is een dramatische vertelling over oorlog, moed, haat, trots en wrok. Hectors strijdlust is zo onblusbaar dat hij doof blijft voor de smeekbeden van zijn moeder en zijn vrouw om niet tegen Achilles te vechten. Hector kan niet met Achilles gaan onderhandelen over een redelijke vredesregeling. want hij weet dat Achilles hem zal doden als hij de wapens neerlegt.
Was Homerus echt blind? Je kunt het je nauwelijks voorstellen. Zijn beschrijving van het gevecht, van elk detail is fantastisch.
Het tweede boek, de Odyssee, gaat over de zwerftocht van de Griekse held Odysseus na de belegering van Troje. Ook in dit boek zijn de bloedstollende taferelen niet van de lucht: '...en schoot hem de pijl door de keel, zodat de punt dwars door het zachte nekvlees heen er weer uitstak ... dadelijk vloeide hem een dikke straal bloed uit de neus en hij stootte de tafel van zich met een trap van zijn voet en het eten gleed over de grond: brood en gebraden vlees, het was alles besmeurd.' Drieduizend jaar geleden verteld door een blinde man.
