Het was de taak van vrouwen zoveel mogelijk gezonde kinderen ter wereld te brengen. De Spartanen schrokken er niet voor terug om zuigelingen met een afwijking te doden. Daar had je in het leger niets aan.
Moederliefde werd niet aangemoedigd en weven, spinnen en huishoudelijke klusjes kregen in de opvoeding weinig aandacht. Dat was in de rest van Griekenland wel anders. Daar was de vrouw de spil van een omvangrijk huishouden; maar dat
kenden de Spartanen niet. Sparta was een legerkamp en de Spartanen waren net zo dol op oorlog als wij op zakgeldverhoging. Daarom moet het missen van de slag bij Marathon in de oorlog tegen de Perzen het meest tragische moment uit de Spartaanse geschiedenis zijn geweest. Ze kwamen te laat.
Maar in de slag bij Thermopylae, tien jaar later, namen de Spartanen 'revanche'. Hier hield een klein deel van het Griekse leger onder bevel van de Spartaanse koning Leonidas stand tegen de overmacht van het Perzische leger. Alle medestrijders van Leonidas kwamen om, maar het hoofdleger van de Grieken kon zich in veiligheid stellen.
De Peloponnesische oorlogen
Hoewel Sparta en Athene samenwerkten tegen de Perzen, waren hun onderlinge verschillen groot. Vooral toen de Atheners zich tijdens de regering van Pericles steeds arroganter en heerszuchtiger opstelden, liepen de ergernissen hoog op. Steeds meer stadstaten, die ook genoeg hadden van de heerszucht en uitbuiting van Athene, sloten zich bij Sparta aan.
Het kleine Sparta had door de enorme discipline een leger dat in staat bleek het machtige Athene de genadeklap toe te brengen. Tussen 431 en 4.4 vochten Athene en Sparta twee uitputtende oorlogen uit.
Athene was verzwakt. Niet alleen miste het zijn bondgenoten, ook verloor Athene haar sterke bestuurder Pericles tijdens een pestepidemie in 429. Bovendien bezaten de Atheners geen vloot meer, want die was vernietigd bij een expeditie naar Sicili, ondernomen tijdens de wapenstilstand (411-413). Tenslotte verzwakten tweedracht en verraad Athene, dat in 404 werd ingenomen door Sparta. De overwinnaars lieten de muren van Athene naar Piraeus afbreken. De machtige stadstaat Athene bestond niet meer.
Grieks: goden
We hebben gezien dat tegenstellingen tussen de Grieken tot een burgeroorlog leidden met Sparta en Athene als hoofdrolspelers. Als er zulke grote tegenstellingen zijn, kun je dan nog wel spreken over de Grieken? Zeker wel. Als je hun godenwereld, hun Olympische spelen en hun literatuur en toneel bekijkt, dan is er n Griekse wereld. Wij hebben voorkeuren. De n is dol op worteltjes en walgt van olijven, de ander houdt van ballet en wordt gek van popmuziek. We kiezen en we gaan ervan uit dat alle mensen anders zijn: uniek. Grieken zagen dat anders. Alle Grieken hielden van toneel, dichtkunst, olijven, de dichter Homerus en oorlog. Wie daar niet van hield, was geen echte Griek. Alle mensen waren ongeveer hetzelfde. Zelfs de goden hadden menselijke eigenschappen. De Grieken geloofden weliswaar dat ze onsterfelijk waren en dat ze de aarde, de zeen en de monsters hadden getemd. Maar de goden waren ook lui, agressief en jaloers.
De Grieken hadden net als de Egyptenaren een polythestische godsdienst. Zeus was de oppergod, het hoofd van de godenfamilie. Hij had de Titanen, de Cyclopen en de Giganten van de aardbodem geveegd en zo zijn heerschappij gevestigd. Hij gaf zijn broer Poseidon de zeeen en zijn broer Hades de macht over de onderwereld. Zijn dochter Afrodite werd uit de zee geboren en liefde en schoonheid waren haar machtsgebied. Zij was de grote liefde van de oorlogsgod Ares. Uit de schedel van Zeus werd Pallas Athene, godin van de wijsheid, geboren. Herti, vrouw n zuster van Zeus, was de godin van het geluk. Apollo en Arre-mis waren de goden van de schoonheid; Apollo en zijn helpsters, de muzen, regeerden de kunsten; Artemis was de godin van de natuur.
De hele godenstoet woonde op de berg Olympus. Ze leidden daar een lui leventje en voedden zich met de godendranken nectar en ambrozijn. Soms vermomden ze zich en bezochten de gewone stervelingen, de mensen. De goden hadden ook hun zwakheden. Ze hadden geen vrije wil, ze werden door het noodlot gedreven.
De goden speelden een belangrijke rol in het dagelijks leven, de sport en de literatuur. We komen ze in de volgende paragrafen steeds weer tegen.
