De handelsstad Athene werd anders bestuurd dan Egypte. Van een koning of farao was geen sprake. Tot 600 voor Chr. had de adel de macht in handen. De edelen waren grootgrondbezitters. De hoeveelheid grond was beperkt en de groep grondbezitters was dus maar klein. De adel bestuurde de stadstaat Athene (Anita) op een manier die vooral voor hen voordelig was. Zo lieten ze handelaren, ambachtslieden en kleine boeren opdraaien voor het betalen van belasting. Vooral de Atheense handelaren. die een gebied met misschien wel twintig miljoen inwoners bereisden, wilden meer invloed. Zij vonden dat dank zij hun inspanningen Athene rijk en machtig was geworden en wilden dat de adel de macht aan hen zou overdragen. Dat ging niet van de ene op de andere dag. In een periode van honderd jaar kwamen er belangrijke veranderingen in wetgeving en bestuur.
Wetgeving
Rond 600 voor Chr. werden er in Athene nieuwe
wetten ingevoerd. Draco was de eerste grote wet-
gever. Hij verbood de bloedwraak (dat was het
recht om de moord op een familielid te wreken
door de dader of een familielid van hem om te
brengen). Ook voerde hij gelijkheid voor de wet
in en stelde vaste, strenge strafmaten op. Gestolen
fruit moest de dader met zijn leven (!) betalen. En
het maakte niet uit of je boer, grootgrondbezitter
of handelaar was. Iedereen was gelijk voor de wet.
De tweede grote Atheense wetgever was Solon.
De wetgeving van Draco en Solon was niet alleen
gericht op rechtvaardigheid. Zij beseften dat de
onbeperkte macht van de adel slecht was voor de
welvaart van Attica. Zo verlieten handelaren, die
door schulden hun burgerrechten kwijtraakten,
Athene. Duidelijke en betrouwbare wetgeving was dus pure noodzaak. Zo vaardigde Solon een wet uit die verbood dat boeren of handelaren die in de schulden zaten als slaaf verkocht konden worden.
Een nieuwe bestuursvorm
De hervormingen van Clisthenes maakten een einde aan de alleenheerschappij van de adel. Hij wist een nieuwe bestuursvorm in te voeren. Clisthenes verdeelde Attica in tien districten. De mannen van elk district kozen elk jaar vijftig vertegenwoordigers, die de Raad van Vijfhonderd vormden. Elke zesendertig dagen wees het lot vijftig mannen aan uit de Raad van Vijfhonderd, die dan zesendertig dagen lang het bestuur van de stad vormden. Alle mannen van Attica konden dus hun zegje doen, stemmen en zelfs stadsbestuurder worden. Al was het maar voor zesendertig dagen. Elk district koos ook n strateeg. Die moest de soldaten uit dat district aanvoeren in geval van oorlog.
Het bestuur van de stad moest ook gecontroleerd worden. Dat deed de volksvergadering, die zo'n veertig maal per jaar bijeenkwam op de heuvel Pnyx. Daar konden achttienduizend Atheners luisteren naar politieke twistgesprekken. Alle mannen uit Attica konden er hun mening geven en hun stem uitbrengen. De volksvergadering deed ook uitspraken in rechtszaken.
Deze nieuwe bestuursvorm noemen we 'democratie'. Het woord democratie betekent dat de macht bij het volk ligt. Maar in de praktijk kreeg slechts een klein deel van het volk invloed: alleen de vrije mannen van Attica. Slaven, vreemdelingen en vrouwen hadden niets te vertellen. Ook betekende de democratie niet dat in de volksvergadering iedereen evenveel invloed had. Wie een boeiende toespraak wist te houden, kon veel
mensen achter zich krijgen. De volksvergadering leek wel een toneelspel waarbij het publiek door handopsteken kon instemmen met de meest begaafde spreker.
Niet alle besluiten werden door handopsteken genomen. De volksvergadering kon iemand die in Athene spanningen veroorzaakte, verbannen. Handopsteken is dan geen goede methode. Het is niet geheim en stel je voor dat de verbanning niet doorging. Wraak op de voorstemmers ligt dan voor de hand. Daarom werden potscherven (ostraca) als een soort stembiljet gebruikt. Op de scherf krasten de mensen van de volksvergadering hun mening. Dit soort rechtszaken heet dan ook 'schervengerichten'.
De sociale klassen in Athene
Als je de sociale piramide van Athene vergelijkt met die van Egypte op bladzijde 35 vallen er enkele dingen op. In Egypte nemen staatsdienaren en priesters de top in. In Athene zijn handelaren en ambachtslieden belangrijker dan 1n Egypte. Ze vormen ook een veel grotere groep. Ten slotte vormen buitenlanders in Athene een belangrijke groep. We hebben ze onderin de piramide geplaatst omdat ze geen burgerrechten hadden. Vaak waren het rijke handelaren.
De bankiers en de rijke kooplieden hadden veel economische macht. Handel was belangrijk voor Athene en wie handel wil drijven heeft krediet nodig. Bankiers leenden de handelaren geld en waren dus onmisbaar. Bovendien schoten ze de regering van Athene geld voor.
