Kreta en Mycene: de eerste bloeitijd
Op figuur z zie je dat het hart van de Griekse wereld wordt gevormd door een zee: de Egesche Zee. De Grieken bewoonden de tientallen eilanden en de kusten van deze diepblauwe zee. De oudste resten van een grote beschaving zijn gevonden op het eiland Kreta. Dat lag niet zo heel ver van Egypte, zodat de bewoners al rond 2000 voor Chr. in contact kwamen met de Egyptische beschaving. De inwoners van Kreta, Kretenzen, kregen de handel tussen Egypte en de jonge Griekse wereld in handen. Uit Egypte namen ze sieraden en andere luxe waren mee; ook namen ze gebruiken en kleding over. In Knossos, de grootste stad van Kreta verrees een paleis dat kon wedijveren met dat van een farao.
Op het vasteland werd Mycene erg belangrijk. De dikke muren van deze vestingstad wijzen erop dat de Myceners meer te vrezen hadden van vijandelijke invallers dan de Kretenzen.
De ondergang
Tussen 1400 en 120o voor Chr. raakten Kreta en Mycene in verval. De ondergang van Kreta werd ingeluid door een grote vulkaanuitbarsting, gevolgd door een vloedgolf. Maar Kreta en Mycene leden ook sterk onder zeeroverij en plundertochten van volkeren uit het noorden. Tenslotte vestigden andere volkeren, de lonirs en de Do-fiers, zich tussen 1400 en i wo voor Chr. in de Griekse wereld. Tussen oude en nieuwe bewoners braken oorlogen uit, met de bekende gevolgen: de handel liep terug en daardoor verdween ook het vakmanschap van de ambachtslieden. De eeuwen die volgden op de komst van de Dorirs en de lonirs worden wel de 'Donkere Eeuwen' genoemd.
Ionische stammen vonden woonplaatsen aan de oostkust van Griekenland, op de eilanden en aan de westkust van Klein-Azi. Ze bewoonden dus de kusten. De belangrijkste Ionische stad werd Athene.
De Dorirs vestigden zich niet aan de kust, want die was al bezet door de lonirs. Ze stootten door naar het schiereiland, de Peloponnesos. Daar werd Sparta de machtigste Dorische stad.
