Vierduizend jaar Egypte en
Mesopotami
In dit overzicht bekijken we welke volken in de periode van ongeveer s000 voor Chr. tot loco voor Chr. een belangrijke rol hebben gespeeld in Mesopotami en Egypte.
Egypte
De geschiedenis van het Oude Egypte valt uiteen in drie tijdperken:
- Oude Rijk (2800-2100 voor Chr.), - Middenrijk (2000-1780 voor Chr.), - Nieuwe Rijk ( 150o- 1050 voor Chr.).
Voor het begin van het Oude Rijk bestond Egypte uit twee rijken: Opper-Egypte (het zuiden) en Neder-Egypte het noorden). Beide rijken werden in z800 voor Chr. door farao Aha verenigd. Aha kwam uit het zuiden, maar vestigde de hoofdstad in Memphis in het noorden. De koningen, farao's, werden in het Oude Rijk begraven in piramiden.
Zwakke vorsten werden afgezet en maakten plaats voor een nieuwe dynastie. In de tussenperioden was er geen centraal bestuur. Dan bestond Egypte uit vele kleine staten, waar edelen en priesters de macht hadden.
Tijdens het Middenrijk en het Nieuwe Rijk was Thebe, dat in het zuiden lag, de hoofdstad. Farao's uit deze perioden lagen begraven in het Dal der Koningen. Na i zoo voor Chr. raakte Egypte in verval.
De Perzen
De Perzen waren een ruitervolk, dat
rond 65o voor Chr. in Mesopotami
binnendrong. Ze spraken een andere
taal en hadden andere goden dan de As-
syrirs en de Babylonirs. Ze breidden
hun macht stormachtig uit en verover-
den Klein-Azi, Mesopotami n Egypte. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de
Assyrirs wisten ze deze gebieden zon-
der veel geweld bijeen te houden. Daar-
voor waren verschillende redenen. Zo
waren de Perzen knappe bestuurders.
Hun koning, Darius, verdeelde het rijk
in twintig satrapien, provincies, die
bestuurd werden door een satraap. Ver-
trouwen is mooi, maar controle is beter, moet Darius gedacht hebben, want hij stuurde ambtenaren rond om de satrapen te controleren. Ook zorgden de Perzen voor goede wegen. Daardoor waren de uithoeken van het rijk goed bereikbaar, zodat legers of berichten snel op de plaats van bestemming aankwamen. Tenslotte stonden de Perzen welwillend tegenover andere godsdiensten en gebruiken. Volken hielden hun eigen taal en regeringsstukken werden in de volkstaal opgesteld.
Zo konden de Perzen vanuit hun hoofdstad Persepolis een gigantisch rijk besturen.
De Fenicirs
Aan de kust van Libanon, het gebergte waar de cederbomen groeiden, woonden de Fenicirs. De Fenicirs waren een uitzonderlijk volk. Als eersten verstonden zij de kunst om zich 's nachts op de sterren te orinteren. De Fenicirs maakten verre tochten. De Griekse geschiedschrijver Herodotus meldt zelfs dat ze in 6o9 voor Chr. rond Afrika gevaren zouden hebben. Hij geloofde ze niet, want ze zouden de zon in het noorden hebben zien staan. Dat duidde volgens hem op bedrog.
De Fenicische steden Tyrus, Byblos en Sidon leefden van de handel over zee. Ze handelden in alles wat los en vast zat. Zo rooiden ze de cederbomen van Libanon en exporteerden de bomen vervolgens naar Egypte; uit zeeslakken wonnen ze de verfstof purper; Syrisch glaswerk ruilden ze tegen Spaans zilver. De Fenicirs hadden handelsposten in het hele Middellandse Zeegebied.
Hun schrift was veel eenvoudiger dan het schrift van Egypte en Mesopotami. Daar had men voor elk woord een teken. Wie wilde leren lezen en schrijven, moest duizenden tekens leren. Slechts enkele mensen beheersten dan ook het schrift. De Fenicirs kenden een alfabet van 22 tekens, dat zij combineerden tot verschillende woorden. Dit alfabet kun je zien als een voorloper van het Griekse, en dus van ons alfabet. Over de Grieken buigen we ons in het volgende hoofdstuk.
Mesopotami
Mesopotami ging pas veel later dan Egypte een politieke eenheid vormen. Toen in Egypte de eerste staat ontstond woonden in Mesopotami de mensen nog in stadstaten, zoals Oeroek, Laps) en Oer. De samenleving van Mesopota mie leek op die van Egypte: het was een agrarische samenleving, waarin irrigatielandbouw een belangrijke rol speelde.
De inwoners van de stadstaten kregen rond 2300 voor Chr. te maken niet machtige nieuwkomers. de Semieten. Een van hun koningen, Sargon uit Ak kad, stichtte een groot rijk, waarin verschillende volkeren samenleefden. Dit rijk was niet zo stabiel als Egypte.
Rond 1700 voor Chr. overvleugelde Babylon het rijk van Akkad. Ook deze stadstaat bouwde een groot rijk op. Een van hun koningen schreef een wetboek, dat als inscriptie op zijn graf werd teruggevonden. De grondtoon is hardhandig, oog om oog, tand om tand, maar de wet bevatte ook beschermende maatregelen ten opzichte van vrouwen, weduwen en zelfs slaven.
Ten noorden van Babylon kwamen As- sur en Nineve op als machtige steden. De bewoners van deze steden, de Assyrirs, konden hun heerschappij vestigen, omdat zij als enig volk opgewassen waren tegen de nog noordelijker wonende Hettieten. Dit volk werd voor onverslaanbaar gehouden omdat het beschikte over ijzeren wapens. Pas rond 1000 voor Chr. werd hun macht gebro-
ken, doordat de kunst van het ijzerbewerken zich verspreidde. Tussen 900 en 65o voor Chr. waren de Assyrirs heer en meester in Mesopotami, Syri en Palestina. Alle steden waren schatplichtig aan hen. De Assyrische koningen, die als goden werden vereerd, staan bekend als uitzonderlijk wreed. Het was heel gebruikelijk krijgsgevangenen te verminken en onderworpen volken te deporteren. Uiteindelijk kwamen de Assyrirs ten val door de komst van twee nieuwe volken, de Meden en de Perzen. Deze volken sloten een verdrag met Babylon en in 6t2 voor Chr. werden de Assyrische hoofdsteden verwoest.
