Een ongeschonden graf
Vanaf 2000 voor Chr. zijn farao's niet meer in piramiden begraven. Ze lieten hun graven diep in de rotsen van het Dal der Koningen bij Thebe uithakken. Daar ontdekte Howard Carter, leider van een groep archeologen, in t922 het ongeschonden graf van farao Toetanchamon. In de grafkamer stond een enorme met goud bedekte kist: 5 meter lang, 3,3 meter breed en 2,75 meter hoog. In deze kist stond nog een aantal kisten, ook alle met goud bedekt. Het openen van al die kisten was een precies en tijdrovend karwei, dat drie jaar duurde. Een van de kisten was versierd met de ge zichtstrekken van Osiris. Daarin zat weer een kist met het gelaat van Toetanchamon. Uiteindelijk vonden de archeologen de mummie van de farao, ook weer van puur goud.
Het ruimen van het graf nam acht jaar in beslag. Het graf bevatte dan ook tweeduizend waardevolle voorwerpen die n voor n beschreven moesten worden. Dit met het oog op diefstal. Toetanchamon was geen bijzondere farao. Hij stierf op zijn negentiende en over zijn regeerperiode was uit geschreven bronnen nauwelijks iets bekend.
De farao werd net als in Mesopotami als een god vereerd. In de schilderingen en de teksten die we over de farao's hebben, wordt hij niet als een heerser afgebeeld. De eerste farao's werden gezien als kinderen van de zonnegod Re. De Egyptenaren dachten dat ze gezanten van de goden waren die onder de mensen wilden vertoeven. Het was daarom een normale zaak om jaren te werken aan zijn graf en hem op zijn reis naar het dodenrijk karrevrachten goud mee te geven. Misschien kijk je er vreemd tegenaan en vind je het jammer al dat goud in een piramide of een rotsgraf weg te stoppen. Maar als je, zoals de Egyptenaren, de farao als god ziet, geef je hem het beste van het beste mee. Dus goud.
Landbouw en milieu: de wereld
In Mesopotami ontstonden in de rivierdalen stadstaten, waar irrigatielandbouw een belangrijke rol speelde. Ook op andere plaatsen in de wereld ontstonden in de dalen van grote rivieren samenlevingen. Net als bij de beginnende akkerbouw en veeteelt uit het vorige hoofdstuk zie je dat de ontwikkelingen in China, India, Mesopotami, Egypte, Afrika en Amerika op elkaar lijken. Doch zijn er ook enorme verschillen.
Een oud probleem: het milieu
De woestijn op figuur 27 is te vinden in Mesopotami. Hier lagen vierduizend jaar geleden vruchtbare akkers. Wat is er misgegaan? De boeren bevloeiden het land; ze verspreidden water in een dun laagje over een grote oppervlakte. Onder de brandende zon verdampte het water, maar zouten niet en bleven in de bodem achter. Daardoor werd de grond steeds zouter en minder vruchtbaar. Zo heeft de irrigatie al in 700 voor Chr. grote gebieden ongeschikt gemaakt voor landbouw.
Egypte trof dit lot niet, omdat in de Nijl geen schadelijke zouten zitten.
Mest in Peru
De oudste Peruvianen waren meesters in het uitvoeren van waterwerken. Ze speurden stroomopwaarts naar de bron van de rivier en hoog in de bergen leidden ze het water via waterleidingen (van soms tientallen kilometers lengte) naar de dorre vlakten. Ze deden een belangrijke uitvinding: mest. Ze verzamelden guano, vogelmest op de rotsen aan de zee. Die mest gebruikten ze om hun akkers vruchtbaar te houden.
