Piramiden
De heerser van de Egyptenaren, de farao, kreeg het fraaiste graf, de piramide. Vlak bij Cairo staat de piramide van Cheops. Aan deze piramide, die 149 meter hoog is, hebben honderdduizend mensen twintig jaar lang gewerkt. Naar zo'n graftempel kun je alleen maar verbijsterd kijken. Het is een echt wereldwonder.
Op de tekening zien we de farao het werk aan zijn eeuwige woning inspecteren. We zien ook voorbeelden van het Egyptische beeldschrift: de hirogliefen. De tekening geeft een theorie weer over het vervoeren van de steenblokken, die duizenden kilo's zwaar waren. Van steen, aarde en boomstammen bouwde men een hellende weg rondom de piramide. Over deze weg werd het steenblok op een slee naar boven getrokken. Als het laatste blok op zijn plaats lag, werd de weg van boven af naar beneden weer afgebroken. Tot slot werd de buitenkant van de piramide afgewerkt.
De piramiden zijn gebouwd in de tijd van het Oude Rijk (2800-2100 voor Chr.), de eerste bloeitijd van Egypte. In die periode geloofden de Egyptenaren dat alleen de farao en zijn familie voortleefden. In het dodenrijk had de farao ook dienaren nodig. Daarom staan op de wanden van de graven vaak bedienden afgebeeld om de overledenen ook na de dood te dienen. Later kregen ook hoge ambtenaren het recht een graf te bouwen in de buurt van een piramide. Zo verspreidde het geloof in een hiernamaals zich langzaam over de hele bevolking.
