bioer en verval
In de lange Egyptische geschiedenis waren niet alle farao's even machtig. Het kwam voor dat een koningshuis van de troon werd gestoten en dat een nieuwe familie die plaats innam. De opeenvolgende families van koningen noemen we dynastien. De nieuwe koningen kwamen vaak uit de kring van priesters. Zij kenden de goddelijke wil en konden dus besluiten dat er ten nieuwe farao moest komen.
Rond zie. voor Chr. regeerde een aantal zwakke farao's. De macht van de farao's brokkelde af en het duurde tweehonderd jaar voordat een nieuwe farao heel Egypte zou regeren. Hij heette Sesostris III en verplaatste de hoofdstad naar het zuidelijk gelegen Thebe. Dit was de periode van het Middenrijk.
Na 1700 voor Chr. kreeg Egypte te maken met vreemde overheersers die militair veel sterker waren. de Hyksos. Het kostte Egypte tweehonderd jaar om zich van deze inval te herstellen. Opnieuw herenigde Thebe het land, nu onder ten krachtig militair bestuur. De farao's van het Nieuwe Rijk (1500-1050 voor Chr.) staan bekend als geduchte veroveraars die tot in Mesopotami en Noord-Syri ten strijde trokken. Thebe was vooral zo sterk omdat het toegang had verkregen tot de goudmijnen in Nubi in het zuiden. Het was dus schatrijk.
Sociale klassen
De koning, zoon van de zonnegod, stond zo ver boven de gewone Egyptenaar, dat zijn naam niet genoemd werd. Farao het grote huis) was zijn titel. Hij werd omringd door priesters en schrijvers, die je met ministers kunt vergelijken. De hofhouding van de farao was zo'n aparte wereld, dat de gewone Egyptenaar zich er niets bij kon voorstellen.
Buiten Thebe heersten de edelen. Ze waren in dienst van de farao en hadden daardoor veel aanzien. Ze bewoonden fraaie, witte landhuizen met grote kamers en weelderige tuinen. Zij inden de belastingen en mochten een deel houden voor
hun eigen levensonderhoud. Uit de belastingen werden ook grafmonumenten en paleizen bekostigd. Na 1500 voor Chr. eiste het leger steeds meergeld op. Het leger was groot en de soldaten werden goed gevoed en bewapend.
Handwerkslieden, beeldhouwers, metselaars, timmerlieden en pottenbakkers werden in Egypte gewaardeerd, maar aanzien leverde dit niet op. Als loon kregen ze vlees, vis, brood, groente en fruit. Ze woonden in simpele hutten. In de ogen van de priesters stonden ze, net als de boeren, vlak boven de dieren. Onderlinge verschillen zullen er wel geweest zijn, maar dat zagen de priesters niet. Zo verdiende een opzichter meer en kon daardoor een grotere familie onderhouden.
Vrouwen
Als je verhalen leest over Egypte, lijkt het soms of vrouwen net zoveel te vertellen hadden als mannen. Een voorbeeld is het verhaal over Nitocris, de eerste Egyptische vrouw die we in de verhalen van de Griekse schrijver Herodotus (+/- 450 voor Chr. tegenkomen. Nitocris was de zuster van een vermoorde farao uit de tijd van het Oude Rijk. Ze wilde wraak en nodigde de moordenaars uit voor de inwijding van een onderaards tempelgewelf. Aan de bovenkant had zij ten verborgen stortpijp laten aanbrengen. Die stortpijp stond in verbinding met een enorm waterreservoir. De afloop laat zich raden. De moordenaars verdronken als ratten.
Egypte stond eerder dan welk ander rijk onder heerschappij van een vrouw. Zij heette Hatsjepoet en regeerde rond 1500 voor Chr. over Egypte. Twintig jaar bestuurde zij het land, omdat haar zoons te jong waren om haar overleden man op te volgen. Haar opvolger heeft geprobeerd al haar beelden en inscripties te vernietigen. Zijn opzet mislukte. Haar graf werd teruggevonden en haar beeld is, zonder inscriptie, bewaard gebleven. Hatsjepoet en Nitocris waren uitzonderingen. want in het oude Egypte was er geen gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Getrouwde vrouwen waren rechteloos en hun huwelijk werd bekokstoofd door ouders. Vooral in koninklijke families speelde het regelen van het huwelijk een belangrijke rol. Alleen vrouwen die familie waren van de farao kwamen in aanmerking als huwelijkskandidaat. Op dit manier kon het familiebloed zuiver blijven. Huwelijken met neven waren daarom regel. Er kwamen zelfs huwelijken met halfbroers voor. Gewone mensen trouwden niet iemand die geen familie was.
Soms kon de dochter invloed uitoefenen op de keus van haar toekomstige echtgenoot. Een beroemd liefdesgedicht vertelt van een meisje dat verliefd werd op haar buurjongen.
