Koning en volk
De priesters hadden veel macht en vormden een hechte groep. Waarschijnlijk waren zij de leiders van de belangrijkste families, die ook de grond in de verre omgeving bezaten.
Als een vijand Oeroek of het platteland bedreigde, wilde men n leider. Dan werd er een losgal, een koning benoemd. Het woord 'loegal' betekent grote sterke man. De losgal zal in de meeste gevallen de belangrijkste priester zijn geweest. Hij werd gekozen door de Raad van Oudsten waar priesters in zaten.
Goddelijke koningen?
In onze tijd bekijken wij de verkiezing van een nieuwe leider als een spel om de macht. In 0e-roek keken de bewoners daar heel anders tegenaan. De inwoners van de stad geloofden dat de goden de koning tot hun leider hadden gemaakt. De belangrijkste priester had dan ook bovenmenselijke of goddelijke eigenschappen en werd als een god vereerd. De koning belichaamde de wil van de goden: de goden hadden hem het recht gegeven te regeren.
Het koningschap was een succesvolle manier van besturen. Vele eeuwen hebben de koningen van de stadstaten in Mesopotami de dienst uitgemaakt. Dat was mogelijk omdat de koningen niet alleen religieuze, maar ook militaire macht hadden. Ze hadden een groot leger achter zich staan.
Sociale klassen
In Oeroek waren de verschillen in macht, aanzien en rijkdom veel groter dan in dorpen of in kleine steden als Jericho en Catal Hyk. Hoe komt dat? Kleine nederzettingen, waar op z'n hoogst enkele duizenden mensen woonden, waren overzichtelijk. Er waren wel kleine verschillen tussen mensen. Zo zal een dorp leiders hebben gehad, die problemen oplosten, ruzies susten en het akkerland verdeelden. Ook bewoonden de leiders de mooiste huizen en hadden de beste grond. In een grote stad als Oeroek was het leven ingewikkelder. Duizenden boeren uit de omgeving leverden hun oogst in bij de tempel. Jaar in, jaar uit werkten duizenden slaven aan dijken, kanalen en waterbekkens. Oeroek was het reisdoel van honderden handelaren die hun waren aan de tempel wilden slijten.
Door het vele werk, de handel en de komst van vreemdelingen groeide de behoefte aan toezicht en regels. De priesters konden dit niet alleen af Ze namen daarom opzichters in dienst en ze leidden schrijvers en boekhouders op. Opzichters, schrijvers en boekhouders waren ambtenaren in dienst van de tempel en hadden meer aanzien dan boeren, vissers of slaven.
De ambtenaren, de priesters en de kooplieden zorgden goed voor hun eigen belangen. Zo regelden ambtenaren voor hun mannelijke familieleden leuke baantjes. Wie zijn werk goed deed, kreeg weer belangrijkere opdrachten. In de loop der tijd gingen ze een gesloten groep vormen. Zo ontstonden er in Oeroek rangen en standen, ook wel sociale klassen genoemd.
Als je goed naar de piramide kijkt, zie je dat de bovenste drie lagen worden gevormd door stedelingen. Koningen, priesters, handelaren, ambtenaren, ambachtslieden en.. soldaten. De soldaat, een gespecialiseerde vechtjas, was een krijger van de koning. Het was een nieuw vak, dat in hoog aanzien stond.
De grote massa
Het grootste deel van het volk was boer. De boeren
stonden een groot deel van de oogst af aan de tempel. Het lijkt dus of de stedelingen afhankelijk waren van de boeren, maar zo voelden de boeren dat niet. Zij waren juist afhankelijk van de stad.
In de stad stond de tempel, het huis van de priesters. De priesters kenden de getijden van de rivieren en de maanstanden. En wat vooral belangrijk was: de priesters kenden de wil van de goden. Ze verstonden de taal van de goden en ze vertelden van hun vernietigende macht. Met de goden, die de wind en het water, de zon en de maan met n hand stuurden, viel niet re spotten.
