Stad of dorp?
had zesduizend inwoners, Jericho ongeveer zevenduizend. Het leven in deze kleine leden deed aan het leven in een dorp denken. De ,stadsbewoners hielden tamme schapen en geiten en verbouwden ook akkerbouwgewassen. Gewassen als tarwe en gerst groeiden op kleine stukken land, die meer leken op een tuin dan op een akker. Akkerbouw op grote akkers was er nog niet. De mensen aten meelkoek, peulen en ander plantaardig voedsel. Verder bestond het menu uit melk, kaas, vruchten, noten en amandelen.
Men leefde in deze steden nog dicht bij de natuur. Het zou nog enkele duizenden jaren duren voordat gewassen als gerst en tarwe op grote schaal verbouwd zouden gaan worden. Dat werd mogelijk door het bevloeien van land met behulp van rivieren.
Stadstaten
De eerste boeren ontdekten dat zaden dit bij een waterput waren gevallen snel ontkiemden. Vochtige grond was dus goed. Die gronden lagen langs de oevers van rivieren en beken.
Land dat verder van de rivier af lag, was te droog; daar moest water naartoe worden geleid. Dat gebeurde door vanaf de rivier greppels te graven die het water naar de akkers brachten. Boeren gingen het dorre land bevloeien. Dat heet irrigatie. Er was niet het hele jaar genoeg water voor irrigatie. Rivieren ontspringen hoog in de bergen en stromen dan door een dal naar de zee. Aan het begin van de lente stroomt er veel water uit het gebergte de rivier in. Dan smelt de sneeuw en regent het veel. Al dat water kolkt door de bedding van de rivier. In de loop van de zomer vermindert de aanvoer van water, terwijl dan het land en de gewassen om water schreeuwen. Door greppels te graven en kleine zijtakken van de rivier af te dammen konden de boeren water op hooggelegen plaatsen vasthouden. In het voorjaar liepen deze spaarbekkens vol. Dit waterreservoir werd 's zomers gebruikt om het land te bevloeien.
Steeds groter
In het begin gebeurde de aanleg van dammen en spaarbekkens op kleine schaal. Een familie of de bewoners van een dorp damden een kleine rivierarm af of groeven een smal kanaal. Vaak hadden ze tegenslag. Na een plensregen kon een vloed golf het stelsel van tere dijkjes wegvagen.
Voor de aanleg van grote dammen en kanalen waren duizenden boeren nodig. Ook was toezicht leiding en... samenwerking nodig. Tientallen dorpen gingen samen hun 'waterhuishouding' regelen. Uit die samenwerking ontstonden stadstaten, dit bestonden uit een stad niet het om-
ringende platteland. Deze steden waren veel groter dan de handelsposten Jericho of Catal
Een voorbeeld van zo'n stadstaat is Oeroek. Oeroek ontstond zo'n vijfduizend jaar geleden in het gebied waar Eufraat en Tigris samenstromen. Dit gebied heet Mesopotami, dat betekent Tweestromenland. De grond was vruchtbaar. maar droog. Daarom was het nodig samen de waterhuishouding te regelen.
De samenwerking ging verder dan alleen de waterhuishouding. Behalve dijken werden er ook tempels gebouwd.
