
Akkers
Op figuur 7 zie je dat de akkerbouw tot ontwikkeling is gekomen. Waarschijnlijk is de akkerbouw iets later 'uitgevonden' dan de veeteelt, omdat het temmen van dieren gemakkelijker is. De mens is ook een dier en herkent het gedrag van dieren. Mensen temden dieren (domesticeren heet dat) door ze afhankelijk te maken. Dat bereikten ze op allerlei manieren, bijvoorbeeld door ze te belonen als ze luisterden of door ze te slaan of niet te eten te geven, als ze iets verkeerd deden. Met planten is dat heel anders. Hoe weet je dat ze net als mensen en dieren leven van water, lucht en voedsel? En kom er dan maar eens achter dat je graankorrels kunt malen en dat je van dat meel koeken kunt bakken.
Vermoedelijk aten verzamelaars al wilde granen. Na de laatste ijstijd, die zo'n tienduizend jaar geleden eindigde, werd graan een steeds rijkere bron van voedsel. Wilde tarwe groeide op de steppen van West-Azi, in het tegenwoordige Syri, Turkije, Iran en Irak. Binnen een paar weken kon de bevolking van een dorp graan voor het hele jaar oogsten. Door de groei van de bevolking leverde de wilde tarwe op den duur niet meer voldoende op.
Mensen ontdekten bij toeval dat ze de graankorrels zelf konden zaaien en oogsten. In de loop van vele generaties kregen boeren in de gaten welke graansoorten goed geoogst konden worden en veel opbrachten. Die soorten plantten ze aan bij hun hutten.
