Jagers en verzamelaars
De eerste mensen verzamelden granen, wortels en vruchten. 'Rauwkost' was het hoofdvoedsel, aangevuld met eieren. Later, toen mensen gingen jagen, kwam vlees op het menu te staan.
Over jagers en verzamelaars hebben we informatie gekregen na de vondst van skeletten en grotschilderingen. Dat waren de sporen van de oudste bewoners in West-Europa.
Neanderthalers
In West-Europa zijn de oudste bewoners de Neanderthalers. In 1856 werd in Zuid-Duitsland in het dal van het riviertje de Neander (Neanderthal) een skelet gevonden van een mensensoort die honderdduizend jaar geleden in grote delen van Europa en West-Azi leefde. Archeologen schrokken nogal van die Neanderthalers. Waren deze monsters onze voorouders? Ze waren kort, breed en hadden grote kaken en diepliggende ogen. Het was de periode van de laatste grote ijstijd. Een groot deel van Noord-Europa was bedekt door een metersdikke ijskap. De Neanderthalers moesten zich aanpassen aan het koude klimaat. Ze leerden de huiden van dieren, die ze op de jacht buit maakten, als kleding te gebruiken. Neanderthalers hebben ook graven achtergelaten. Misschien waren zij de eersten die hun doden begroeven. Skeletten van Neanderthalers werden gevonden in de slaaphouding, de rechterarm onder het hoofd gelegd. In de graven zijn versteende zaden aangetroffen van rozen en hyacinten. Waarom gaven zij de doden deze laatste verzorging? Geloofden zij in een leven na de dood? Hadden zij, net als wij, een godsdienst?
Cro-Magnon mensen
In het dal van de Dordogne, in Frankrijk, vonden archeologen in 1868 bij het dorpje Cro-Magnon het skelet van een ander type oermens, die de Cro-Magnon werd genoemd. Deze lijkt lichamelijk veel op ons. Van de Cro-Magnons zijn grotschilderingen gevonden. De geleerden zijn het niet met elkaar eens hoe oud die schilderingen precies zijn. De meningen lopen uiteen van dertigduizend tot 'maar' twaalfduizend jaar.
De Cro-Magnons waren net als de Neanderthalers verzamelaars van voedsel. Ze aten wilde bessen en granen, eieren en jonge vogeltjes. Later gingen ze meer jagen en kwam vlees steeds meer op het menu.
Behalve verzamelen en jagen leerden mensen vissen. Het vangen van een vis is een hele kunst. De oermens zocht een stroomversnelling op om daar de vis met de hand of een stok uit het water te slaan. Het visnet, gemaakt van dunne takken en twijgen was een hele verbetering. Een vlot of een boot om op het water te vissen maakte de uitrusting compleet. Tot op heden zijn deze uitvindingen alleen maar verbeterd, nooit vervangen.
Bedreigde dieren
Sommige onderzoekers denken dat de jagende mens een bedreiging betekende voor bepaalde diersoorten. In Afrika stierf door de jacht het reuzenhert uit, in Europa gingen mammoeten en woudolifanten voor de bijl. Ook in Amerika verdwenen de grotere zoogdieren het eerst.
Er zijn ook onderzoekers die andere redenen aanvoeren. Ze denken bijvoorbeeld dat leefgebieden verdwenen, omdat mensen de bossen in brand staken om het wild op te jagen. Of omdat soorten zich niet konden aanpassen aan klimaatveranderingen. Daardoor kregen ze minder jongen, die bovendien zwak waren. Langzaam maar zeker stierf een bepaalde soort dan uit.
