Mens en dier, de verschillen
Als je apen en mensen met elkaar vergelijkt, moet je wel iets opvallen: snuit, oren en handen hebben iets van elkaar. Door te kijken ontstaat een idee: er zijn overeenkomsten tussen mens en aap. Als je vanuit dit idee doordenkt, kun je een theorie vormen. Bijvoorbeeld dat aap en mens gemeenschappelijke voorouders hebben. Biologen zijn de laatste honderdvijftig jaar bezig om aan te tonen dat dit de meest waarschijnlijke theorie is. Maar er blijven andere vragen bestaan. Waarom ontwikkelde een tak van de familie van mensapen zich tot mensen? Waarom ontstond er naast de mensensoort niet een nog veel slimmere soort?
De theorie van de biologen verklaart alleen wat er is gebeurd, niet wat er had kunnen gebeuren. Volgens hun theorie hebben de eerste 'mensachtige' wezens vermoedelijk drie miljoen jaar geleden in Afrika geleefd. Van daaruit hebben ze zich over de wereld verspreid. Ongeveer vijfhonderdduizend jaar geleden bewoonden mensen delen van Afrika, Europa en Azi.
liet onderscheid tussenneus en dier
Deze eerste mensen onderscheidden zich op verschillende manieren van dieren. Zo konden mensen werktuigen bedenken, maken en gebruiken. Het maken van werktuigen begon simpel, bijvoorbeeld de bewerking van een steen om er een dolk van te maken. Later was de mens in staat om een dolk uit verschillende onderdelen te maken. Hij lijmde een scherpe vuursteen met hars vast aan een bot, dat als handvat diende. Met zo'n werktuig kon hij op jacht gaan. Zo groeiden in de loop van duizenden jaren kennis en inzicht, die mensen in staat stelden steeds ingewikkelder werktuigen te maken. Dieren kunnen niet een werktuig bedenken en maken.
Taal
Het gebruik van taal is een tweede belangrijke verschil met dieren. Natuurlijk hebben ook dieren een taal. Zo maakt een leeuw door te brullen duidelijk dat hij wil eten. En een mannelijke walvis die loeit, is op zoek naar een vrouwtje en wil paren. Maar er zijn grote verschillen met de taal van mensen. Mensen gebruiken woorden die ze kunnen combineren tot zinnen. Met behulp van woorden en zinnen kunnen ze hun gedachten uitdrukken. Daardoor kunnen mensen 'van gedachten wisselen'. Mensen kunnen dank zij de taal twijfelen, lachen, uitleggen, elkaar verkeerd begrijpen en elkaar kwetsen. Dat kunnen dieren niet. Er zijn maar liefst zevenenzestighonderd talen bekend. De mens is met zijn duizenden talen uniek in de natuur.
Door de taalbeheersing veranderde de mens. De taal was een middel om de wereld beter te begrijpen. Dank zij het begrip veranderde de mens van een primitieve jager die gebruik maakte van een stenen dolk tot de mens van nu die over atoomwapens beschikt. In diezelfde periode zijn chimpansees en kanaries nauwelijks veranderd.
Vuur
Ook in de beheersing van het vuur onderscheiden mensen zich van dieren. Voor de eerste mensachtigen was vuur een angstwekkende natuurkracht. Maar zo'n tweehonderdduizend jaar geleden begonnen ze macht te krijgen over het vuur. Ze stookten vuren om zich bij te warmen en om vlees te roosteren. Het vuur nam vanaf die tijd een centrale plaats in het leven in. Het hield dieren op een afstand en gaf tegelijk licht, warmte en geborgenheid. Nog duizenden jaren zouden mensen zonder vaste woonplaats, als nomaden, rondtrekken. Maar elke dag maakten ze vuur: het kreeg een vaste plaats in het leven.
