Zot bronnen kan een historicus niet werken.
Nu zou het gemakkelijk zijn als wc alles letterlijk uit de bronnen zouden kunnen overschrijven. Maar dat gaat niet. Bij elke bron moet de historicus goed oppassen en vragen stellen. Wie is er aan het woord? Is het een matroos die een hekel had aan Columbus of is het iemand die Columbus erg bewonderde? En uit welke tijd stamt de bron en hoe dacht men toen over de zaak? In de zestiende eeuw dacht men heel anders over Columbus dan in de negentiende eeuw.
Columbus was een 'groot man'. Daarmee bedoelen we dat zijn daden grote gevolgen hebben gehad. Bij Columbus is dat duidelijk. De gevolgen van zijn ontdekking van Amerika in 1492 waren ingrijpend.
Maar als Columbus niet tegen Amerika aan was gevaren, dan had een ander het wel gedaan; twintig, misschien dertig jaar later. Want de tijd waarin Columbus leefde, was heel bijzonder. Er veranderde toen veel. Niet alleen op het gebied van de scheepvaart, maar ook in de handel, de politiek, de wetenschap. de godsdienst en de kunst. Al die veranderingen waren zo ingrijpend dat historici zeggen dat er rond de tijd van Columbus een nieuw tijdperk aanbreekt, het tijdperk van de Nieuwe geschiedenis.
Tijdperken en jaartallen
Dit boek gaat over de periode van 3000 jaar voor Christus tot ongeveer 1350 na Christus. De geboorte van Christus is in onze cultuur een belangrijke gebeurtenis. Daarom werd dir gebeurtenis het uitgangspunt van onze jaartelling. In andere tijden en culturen gebruikt men een andere jaartelling. Jaartallen zijn onmisbaar om nauwkeurig vast te stellen wanneer iets gebeurd is. Met behulp van jaartallen kunnen we de geschiedenis in tijdperken indelen.
1 PREHISTORIE
Dit is het oudste stuk geschiedenis van de mens. Over dit tijdperk bestaan geen geschreven bronnen. Wel zijn er veel vondsten gedaan, zoals sieraden, graven en resten van huizen. De prehistorie (tot ongeveer 3000 voor Christus), behandelen we in hoofdstuk 1.
2 OUDHEID
( 3000 voor Chr. tot +/- 500 na Chr.)
Vanaf ongeveer 3000 voor Christus worden in bepaalde gebieden in de wereld dingen opgeschreven, zoals wetten of rekeningen. Geschreven bronnen worden vooral na w00 voor Chr. belangrijk. De oudheid behandelen we in hoofdstuk
2, 3,4.15.
3 MIDDELEEUWEN
500 na Chr. tot +/- 1500 na Chr.)
De periode rond het jaar 500 is een tijd waarin veel verandert in Noordwest-Europa, in het gebied waar wij leven. Over de middeleeuwen gaat het in hoofdstuk 6 en 7.
NIEUWE GESCHIEDENIS 0-1815; in deel 2)
 NIEUWSTE GESCHIEDENIS (1815-heden; in deel z en 3)
Een andere indeling
Er zijn historici die het niet met deze indeling eens zijn. Zij vinden wel dat de ontdekking van Amerika belangrijk was, maar voor gewone mensen - voor de bakker, de smid en de boeren - veranderde er niet zo veel. Deze historici zoeken naar een indeling van de geschiedenis, waarbij ze erop letten hoe mensen samenleefden en hoe ze in hun levensonderhoud voorzagen. In dit boek is deze indeling gecombineerd met de indeling in tijdperken.
PRE-AGRARISCHE SAMENLEVINGEN
De eerste mensen zijn, waar ook ter wereld jagers en verzamelaars (hoofdstuk
2 AGRARISCHE SAMENLEVINGEN
De mensen wonen op vaste plaatsen. De landbouw wordt steeds belangrijker en er ontstaan dorpen (hoofdstuk z).
3 STEDELIJK-AGRARISCHE SAMENLEVINGEN Dorpen groeien uit tot steden. De landbouw blijft het belangrijkste middel van bestaan, maar de steden overheersen het platteland. In de steden worden andere beroepen uitgeoefend dan op het platteland. Tussen de verschillende beroepen bestaan verschillen in aanzien en beloning. Er zijn groter wordende 'sociale verschillen' (hoofdstuk 2-7, deel
4 INDUSTRILE SAMENLEVING
In de laatste tweehonderd jaar is de manier van samenleven ingrijpend veranderd. De overzichtelijke stedelijk-agrarische samenleving groeide uit tot een ingewikkelde samenleving: de industrile samenleving (deel 3).
De inhoud van deel
In deel i behandelen we een aantal vragen. Wat is de basis van de beschaving? Hoe gingen mensen met elkaar om? Hoe leerden mensen werktuigen te maken? Hoe werd het werk verdeeld? Wat is macht? Hoe en waarom ontstonden handel, oorlogen en wereldrijken? Welke rol speelde de godsdienst? Hoe dacht men over leven, dood en natuur?
Het gaat om de periode tot 1500. De tijdperken van de prehistorie, de oudheid en de middeleeuwen; van de pre-agrarische, agrarische en stedelijk-agrarische samenlevingen.
