Doet de minister water bij de wijn, dan worden er andere ministers boos. In dit geval de minister van Financin.
De Tweede Kamer heeft heel wat machtsmiddelen om een minister te controleren. Om te beginnen beoordeelt de Kamer elk jaar de (financile) plannen, de begroting, van de minister. Pas als de Kamer de begroting heeft goedgekeurd, wordt de begroting een wet. Dan kan de minister zijn plannen gaan uitvoeren. De Kamer kan elk wetsvoorstel, dus ook de begroting, goed- of afkeuren. Zonodig kan de Kamer een wetsvoorstel ook wijzigen. Een kamerlid heeft ook de mogelijkheid zelf een wetsvoorstel in te dienen. De Kamer kan de minister op het matje roepen en vragen stellen over maatregelen dit hij neemt. Behalve al deze rechten om de dagelijkse gang van zaken te controleren, kan de Kamer ook besluiten tot een diepgaand onderzoek naar bepaalde gebeurtenissen. In de vorige eeuw was er een groot onderzoek naar kinderarbeid. Recent zijn er onderzoeken geweest naar subsidies aan het bedrijfsleven en naar het bestrijden van de zware criminaliteit. De Tweede Kamer doet dus meer dan het volk vertegenwoordigen.
De regering
De regering wordt gevormd door de koningin en het kabinet. De koningin is staatshoofd. Het koningschap is een symbolische functie. Dat betekent niet dat het een onbelangrijke functie is. Het koningschap staat voor een stuk geschiedenis. Het vertegenwoordigt Nederland als een eenheid, naar buiten, maar ook naar binnen toe. Kabinetten komen en gaan, het koningschap is blijvend. De koningin draagt in regeringszaken geen verantwoordelijkheid. Die hebben de ministers. Zij moeten zich in de Tweede Kamer verantwoorden. De koningin staat boven de partijen, maar zij is Wel nauw betrokken bij het beleid van de regering. Wekelijks bezoekt de minister-president de koningin om regeringszaken door te nemen. In de afgelopen twintig jaar is de minister-president of premier steeds meer het gezicht van het kabinet gaan bepalen. Maar de positie van ministers is in ons land sterk. Ze kunnen niet, zoals in andere landen, ontslagen worden door de minister-president of het staatshoofd. Als ze in de problemen komen met de Tweede Kamer of met hun collega's moeten ze zelfde knoop doorhakken en hun ontslag indienen.
Als een formateur een nieuw kabinet samenstelt, vraagt hij specialisten uit de regeringspartijen of ze minister willen worden. Dat kunnen mensen uit de Tweede Kamer zijn, maar ook vaklui van buiten de politiek. Politieke ervaring is handig, maar geen noodzaak. Een minister leidt een ministerie. Op een ministerie werken honderden ambtenaren. Die hebben op hun vakgebied veel ervaring en kennis. Op het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen werken beleidsambtenaren die veel verstand hebben van basisonderwijs of juist van voortgezet onderwijs. Ze lezen stapels rapporten, die worden opgesteld
door inspecteurs. Die inspecteurs praten weer veel met schooldirecties, leraren en scholieren. Zo weten ambtenaren als het goed is wat er leeft 'in het veld'. Op grond daarvan schrijven ze een voorstel aan de minister. Die gaat dat lezen, vraagt om een toelichting en denkt 'ja' of 'nee'. Denkt de ministernee' dan verdwijnt zo'n voorstel in de la. Vindt de minister een voorstel goed, dan laat hij het uitwerken tot een wet of een maatregel. Hij legt het voorstel voor aan zijn collega-ministers. De ministerraad (= alle ministers) vergadert wekelijks op vrijdag. Zijn zij het eens met het voorstel, dan legt de minister het voor aan de Tweede Kamer en daarna ook aan de Eerste
Kamer. Als die ook 'ja' zeggen, kan de minister het voorstel uitvoeren. Hij maakt het voorstel bekend aan alle betrokkenen, scholen, leraren of wie er ook maar mee te maken krijgt. De inspectie zorgt er weer voor dat alle scholen ook echt doen wat in het voorstel staat.
Op alle ministeries gaat het ongeveer zo tot. Ambtenaren stellen beleid voor, de minister bespreekt de voorstellen in de ministerraad en later in de Staten-Generaal. Verder zorgt de minister elk jaar voor een begroting. Daarin presenteert hij zijn plannen en de financiering daarvan aan de Staten-Generaal.
