Kamer. Op grond van die adviezen benoemt de koningin een informateur. Die moet er voor zorgen dat er afspraken worden gemaakt tussen twee of meer fracties. Zulke afspraken worden vastgelegd in een regeerakkoord. Lukt het niet om een regeerakkoord te sluiten tussen bepaalde partijen, dan begint het hele circus opnieuw. Slaagt de informateur, dan komt er een regeerakkoord. Twee of meer partijen zijn het eens geworden over een hele reeks afspraken op allerlei gebied; buitenlandse politiek, milieu, onderwijs enz. enz. Deze partijen zijn de regeringspartijen. De partijen die het regeerakkoord niet onderschrijven, noemen we de oppositiepartijen.
Als het regeerakkoord er ligt, benoemt de koningin een formateur. De formateur vraagt leden uit de regeringspartijen voor een post als minister of staatssecretaris. Hij stelt een nieuw kabinet samen en wordt in de meeste gevallen minister-president. Ministers in het nieuwe kabinet worden door de koningin benoemd. Na n  twee weken presenteert het nieuwe kabinet zich aan de Tweede Kamer. Daar legt het kabinet de regeringsverklaring af. Die kan, op onderdelen best wat verschillen van de regeerakkoord, want kabinet en Kamer nemen beide een eigen verantwoordelijkheid.
Een minister is geen loopjongen van de Tweede Kamer. Als de Tweede Kamer meer geld wil uitgeven dan de minister van Onderwijs goedvindt, moet hij dan de Kamer zijn zin geven? Of moet hij de Kamer overtuigen dat het niet kan? Over dit soort kwesties debatteren ministers en kamerleden met elkaar. Uiteindelijk zal de minister de Kamer moeten overtuigen. Lukt dat namelijk niet, dan verliest hij het vertrouwen van de Kamer.
