goede baan. Want de goede banen waren stevig in handen gekomen van de jongeren die in de jaren vijftig en zestig waren opgegroeid. Die generatie heeft zich stevig genesteld in de betere functies in het bedrijfsleven en bij de overheid.
Aan de jeugd van nu wordt voorgehouden dat ze vooral lang en veel moet studeren. Daardoor kunnen ze topfuncties verwerven. Jongeren geloven dit grif, want het voorbeeld staat in levende lijve voor ze.
Haalt de wedloop om opleidingen en carrires d, zie eeuw? Enerzijds lijkt dat haast niet mogelijk Alle werknemers worden gedurende hun hele carrire bijgeschoold, getraind en op cursus gestuurd. De leerplicht loopt tot aan het pensioen Anderzijds is er een verzadiging merkbaar. Min der werken en meer tijd voor andere taken lijkt een trend. Een andere houding tegenover werk en carrire is geen wens die alleen leeft bij ouders met kleine kinderen. Vakbonden hopen dat op deze manier het schaarse werk beter verdeeld kan worden. En ook bedrijven kunnen profiteren. Kortere werkdagen maken het mogelijk om met twee ploegen een langere bedrijfstijd te maken.

De digitale revolutie
In de jaren zestig bloeide een enorme belangstelling op voor de media. Kranten werden steeds dikker, de radio steeds informatiever en de televisie ging een miljardenpubliek bedienen. Madonna, Marlboro en McDonald's danken hun bekendheid niet aan hun uitzonderlijke kwaliteitsprodukten, maar aan de media. Muziekuitgeverijen, televisienetwerken en reclamebureaus zijn dagelijks te gast in honderden miljoenen gezinnen over de hele wereld. De media hebben meer macht dan de kerk in de middeleeuwen. Wie zou er minder drinken, stoppen of beginnen met roken en veilig vrijen als de media het niet voorschreven? John Lennon (zanger, tekstschrijver en slaggitarist van het Engelse muziekgezelschap The Beatles, 1961-1970) zei het in 1966 heel kernachtig: 'This moment we're more popular than Jesus'. Die uitspraak gaf een rel, maar het zegt wel wat de media van sterren maakten:
Masters of the Universe. Film, popmuziek en sport beschikten via de televisie over de meest wijdvertakte infrastructuur ter wereld. Produkten uit deze industrie werden in de jaren zeventig en tachtig belangrijk en winstgevend. Platen, videobanden, cd's bleken een miljardenindustrie. Dat gold ook voor computers. In de jaren zeventig dacht geen particulier over het kopen van een computer, zoals ook geen normaal mens over het kopen van een supertanker zou denken. Er waren alleen wat verdwaasde hobbyisten die zich daarmee bezig hielden. Totdat de personal computer op de markt kwam. Die veroverde binnen vijfjaar een vaste plaats in scholen, bedrijven en studeerkamers. Of deze Digitale Revolutie de wereld op zijn kop zal zetten en alle menselijke verhoudingen zal veranderen, is toekomstmuziek.
