een enorme fout te hebben gemaakt. De voorstanders hadden gelijk gehad, maar niet gekregen. In Vietnam, Laos en Cambodja kwamen wrede dictators aan de macht en de VS hadden het niet kunnen voorkomen. Tegenstanders moesten erkennen dat ze nogal naef de 'underdog' hadden gesteund. In de VS groeide de afkeer van de rol van politieagent. Al in de jaren zeventig maakten de Verenigde Staten duidelijk dat ze niet langer als beschermheer wilden optreden. Er moest iets tegenover staan en er moesten Amerikaanse belangen in het spel zijn.
Het beeld van de Amerikaanse samenleving als
voorbeeld voor de hele wereld liep ook een gevoelige deuk op. In Amerika bestond al langer dan in Europa een multiculturele samenleving. Spanningen tussen de diverse bevolkingsgroepen kwamen daar eerder naar buiten. De blijvend slechte positie van veel zwarte Amerikanen was in de jaren zestig en zeventig liet meest zichtbare voorbeeld. Maar ook tussen andere etnische groepen bestonden spanningen. Daarbij kwam dat, dwars door alle etnische groepen heen, het verschil tussen arm en rijk groter werd. Het beeld van Amerika was niet meer dat van knusse, welvarende gezinnen in ruime voorsteden. Het was een keiharde vechtmaatschappij geworden, die de uitvallers ('dropouts') slecht onderwijs en slechte gezondheidszorg bood. Het was dan ook geen wonder dat de meeste Amerikanen weinig voelden voor militaire hulp in recente conflicten, zoals in Rwanda (1994) of voormalig Joegoslavi.

De sociale verhoudingen
Rond 1970 rolde de tweede feministische golf over de westerse wereld. Vrouwen in de VS en Europa kregen schoon genoeg van de vanzelfsprekende rol van huisvrouw en moeder. Alle vrouwen? Nee, het was vooral een kleine, goed opgeleide groep die de trommel roerde. Jonge vrouwen uit de protestgeneratie die het storend vonden dat zij bij acties en vergaderingen de broodjes smeerden en koffie zetten. Jonge vrouwen die er niet over piekerden hun moeder 'op te volgen in de zaak'. Ze stoorden zich aan de beeldvorming rond vrouwen bijvoorbeeld in reclamespots en aan de inrichting van de maatschappij Die was, zo meenden ze, alleen prettig voor de helft van de gebruikers, de mannen. Deze vrouwenbeweging was succesvol, omdat ze over de politieke grenzen heenstapte. Dat is ook logisch, want veel vrouwen, of ze nu christelijk, liberaal of socialistisch waren, herkenden het verhaal en het ongenoegen. Omdat vrouwen vaak minder opleiding hadden dan hun broers, was er weinig kans op een goede baan. En bij het opbouwen van een carrire was er steevast de vraag: 'En hoe moet dat nu met de kinderen?' Daar kwam dan nog bij dat veel zaken wettelijk slechter geregeld waren voor vrouwen; pensioenen bijvoorbeeld en werkloosheidsuitkeringen.
Binnen de vrouwenbeweging waren er twee stromingen. En die de verschillen zo snel mogelijk wilde rechttrekken: de emancipatorische stroming. De tweede was de feministische stroming. Die vond dat alleen gelijke rechten niet voldoende waren. Dat zou in de praktijk betekenen dat vrouwen het recht hadden net zo te worden als mannen. Vrouwen n mannen moesten volgens deze stroming veel meer kansen krijgen (of scheppen) om hun leven en de maatschappij an-
ders in te richten. De vrouwenbeweging startte in de jaren zeventig vanuit een zwakke positie. Ze kon haar eisen met argumenten ondersteunen, maar keiharde machtsmiddelen, zoals een staking, had ze niet. In twintig jaar is er toch heel veel veranderd, maar van een voltooide emancipatie kan nog niet gesproken worden.
Net als de vrouwen lieten ook de jongeren hun stem horen. Maar de positie van jongeren is er in de afgelopen twintig jaar niet sterker op geworden. Wel comfortabeler misschien, maar dat geldt voor alle groepen in de samenleving. In de jaren zestig konden jongeren een grote mond opzetten, omdat ze met zo velen waren. De jeugd van toen had de wind in de rug. Banen waren er genoeg en doorleren was een garantie om een goede baan te krijgen. Geen wonder dat doorleren in de mode raakte, ook bij de volgende generatie. Alleen voor hen was er geen garantie meer op een
