Nederland in de Tweede Wereldoorlog
Nederland was er niet aan gewend om in Duitsland een vijand of een gevaar te zien. Daar was nooit reden voor geweest. Dat veranderde niet toen Hitler in Duitsland aan de macht kwam. Duitsland zou onze neutraliteit respecteren, daar was men van overtuigd. En de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) kreeg hier geen grote aanhang. Deze partij van Anton Mussert kreeg maar 5% van de stemmen. Dat was een geruststelling.
En voor het probleem van joodse vlucht gen
uit Duitsland sloten velen liever de ogen. Hulp en ondersteuning van vluchtelingen was het werk van de weinige mensen die het gevaar wel zagen. Toen Duitsland Polen binnenviel, zagen velen pas de ernst van de situatie. Nederland mobiliseerde in 1939 en de vrees won het van de hoop.
Op 10 mei 1940 werd Nederland door Duitsland aangevallen. Binnen vier dagen was het leger verslagen. Dat woord 'verslagen' wordt weinig gebruikt. Liever praat men over 'overrompeld', 'overmeesterd' of 'onder de voet gelopen'. Dan lijkt het net of het wat minder onze eigen schuld was. Terwijl 'verslagen' toch precies weergeeft wat er aan de hand was. De verdediging was gebroken, de grootste havenstad was platgegooid en de regering was gevlucht naar Londen. 'Ja maar, het Nederlands moreel was ongebroken' wordt er dan gezegd. Hoezo, ongebroken? De NSB kreeg er in n maand 40.000 leden bij. De Nederlandsche Unie, een autoritaire organisatie die zich presenteerde als een 'door de Duitsers erkende verzetsbeweging', kreeg binnen drie maanden 800.000 leden.
Echt verzet was er ook in de eerste weken, maar dat was maar klein. Volgens veel Nederlanders was verzet plegen ook niet verstandig, want eigenlijk vielen ze best mee, die Duitsers. Dat klopt met de feiten uit die dagen, want de Duitse bezetter hanteerde in het begin de strategie van de fluwelen handschoen. Dat neemt niet weg dat al in de zomer van 1940 de eerste maatregelen tegen joden van kracht werden. Ook latere maatregelen werden door het Nederlandse bestuur nauwgezet uitgevoerd. Die discipline heeft ertoe geleid dat er van de 140.000 Nederlandse joden 104.000 zijn omgekomen in de vernietigingskampen. Dat aantal is in vergelijking met landen als Frankrijk, Belgi of Denemarken bijzonder hoog.
De voorbereiding van de moord op meer dan honderdduizend landgenoten was sluw. Eerst werden de joden geisoleerd uit de samenleving. Ze werden ontslagen uit overheidsdienst, van school gestuurd en geweigerd in alle publieke gelegenheden. Toen kwam de plicht tot het dragen van de 'jodenster' op de kleren en de letter J (van jood) werd in het persoonsbewijs gestempeld. Daarna volgde de quarantaine in Amsterdam, die gevolgd werd door deportatie naar het kamp Westerbork. De Nederlandse verdraagzaamheid waar veel mensen zo prat op gaan, bleek 'onverschilligheid, traagheid, domheid, lafheid'. De laaghartigheid van de chte collaborateurs is niet voldoende om te verklaren hoe makkelijk de bezetter zijn gang kon gaan. En de omvang en organisatie van het verzet waren onvoldoende om dat te verhinderen.
Hoe omvangrijk was dat verzet nu eigenlijk? In het begin van de oorlog was dat niet zo groot. Tot september 1944 waren er ongeveer 25.000 Nederlanders die verzetsdaden pleegden. Die acties varieerden van gewapende overvallen tot het schrijven, drukken en verspreiden van illegale kranten. Na september 1944 was de Duitse nederlaag dichtbij en waren meer mensen bereid om aan dit soort acties mee te doen.
Met collaboratie was het precies andersom. De Nederlandsche Unie en de NSB zijn al genoemd. Maar er hebben zich ook heel wat Nederlanders gemeld voor de SS, een onderdeel van het Duitse leger. Voorzichtige schattingen houden het aantal op 20.000. Alleen Oostenrijk leverde meer Oostfrontstrijders dan Nederland.
De laatste fase van de oorlog is sterk bepalend geweest voor het beeld dat we van de oorlog als geheel hebben. Tussen september 1944 en mei 1945 was het leven in het westen van Nederland totaal ontwricht. Een Amsterdammer heeft daar een ander beeld bij dan iemand uit Brabant, die al bevrijd was.
