toch weer organiseren, onder toezicht weliswaar, maar toch was dit een belangrijke stap op weg naar democratie. De westelijke zones werden een voorbeeld voor democratisering, terwijl in Oost-Europa de democratie werd vermorzeld. De drie westelijke zones groeiden naar elkaar toe, terwijl het leven in de Russische zone steeds grimmiger werd. Toen de westelijke zones voor hun gebied een nieuwe munt, de D-mark invoerden, reageerde de Sovjet-Unie fel. De toegang tot Berlijn, dat in de Russische zone lag, werd afgesloten voor de westelijke Geallieerden. De SU dacht zo de Geallieerden uit Berlijn te kunnen verjagen. De westelijke mogendheden stelden echter een luchtbrug in. Tussen juni 1948 en mei 1949 werden de twee miljoen Westberlijners door vliegtuigen bevoorraad. Verzoening tussen de voormalige bondgenoten was in deze toestand ondenkbaar. In 1949 ontstonden dan ook twee Duitse staten. De westelijk zones vormden de BRD en in de Russische zone ontstond de DDR. Tot 1990 zou deze Duitse deling blijven bestaan.
De gebeurtenissen in Duitsland maakten duidelijk dat er tussen de VS en de SU een enorm conflict groeide. Andere zaken uit 1949 gaven aan dat het conflict verergerde. De VS namen het initiatief voor een nieuw bondgenootschap, ditmaal zonder de SU: de Noordatlantische Verdragsorganisatie
(NAVO).

In China kwam in 1949 de communistische leider Mao Zedong aan de macht. Hij verdreef de door Amerika gesteunde regering van Chiang Kaitsek. Deze verschanste zich niet Amerikaanse steun op het Chinese eiland Taiwan. De Amerikaanse regering weigerde Mao toe te laten tot de VN en de Veiligheidsraad, want voor haar was Chiang de wettige leider van China. Nationalistisch China zou tot 1972 de zetel in de VN innemen.
Het communistische Noord-Korea viel in 1950 Zuid-Korea binnen, een land dat behoorde tot de Amerikaanse invloedssfeer. De VS schakelden toen met succes de Verenigde Naties in. In een driejarige oorlog, waarin het gebruik van kernwapens serieus werd overwogen, herstelden Amerikaanse VN-troepen de grens tussen Noord- en Zuid-Korea. De wereld leefde begin jaren vijftig onder de slagschaduw van een dreigende atoomoorlog, want niet alleen de VS, ook de SU beschikte over een atoombom (1949).
Wan Koude Oorlog naar bewapeningswedloop:
de vreedzame coxistentie
De Amerikanen kozen in 1952 Dwight D. Eisenhower tot president. Eisenhower was opperbevelhebber van de troepen geweest in de Tweede Wereldoorlog. Die keus zegt iets over de gemoedstoestand van de Amerikanen in dat jaar.
Toen Eisenhower zijn eerste toespraak hield als president, lag Josef Stalin op sterven. Na de dood van Stalin (1953) kwam Nikita Chroesjtsjov aan de macht in Rusland. Hij was minister van Landbouw geweest onder Stalin en had grote plannen met de Russische economie. De Sovjet-Unie moest natuurlijk een communistisch land blijven, maar daarnaast moest het binnen twintig jaar het sterkste land van de wereld worden. 'Amerika inhalen en voorbijstreven' was zijn leus. Hij wilde de Russen op korte termijn ook laten kennismaken met de 'zegeningen' van de consumptiemaatschappij. Televisie, lippenstift en nylonkousen waren volgens zijn propaganda net zo belangriik voor het socialisme als tractoren en
elektriciteitscentrales. In 1956 liet Chroesjtsjov merken dat hij wilde breken met de erfenis uit de tijd van Stalin. Op een congres van de partij deed hij een boekje open over de terreur die Stalin had uitgeoefend. Hij bracht Stalins fouten tijdens de oorlog naar buiten en erkende dat zijn bewind miljoenen slachtoffers had gemaakt onder de eigen bevolking. Dat wisten de meeste Russen natuurlijk ook wel, maar nu werd het gezegd door de machtigste man in de partij. Er waren Russen, trouwe communisten, die het verschrikkelijk vonden dat hun Stalin door het slijk werd gehaald. Dit werden de onverzoenlijke tegenstanders van Chroesjtsjov. Deze mensen waren uiteraard ook bang voor hun positie. Dat was ook de bedoeling van Chroesjtsjov. Toen hij de misdaden van Stalin openbaar maakte, deed hij dat niet (alleen) omdat hij Stalin zo'n slechte man vond. Het was voor hem ook de kans om de trouwe en machtige medestanders van Stalin in de partij een toontje lager te laten zingen. In dat opzicht had Chroesjtsjov veel geleerd van Stalin.
