De oorlog in het oosten
De Tweede Wereldoorlog woedde niet alleen in Europa en Noord-Afrika. Aan de andere kant van de wereld had Duitsland een machtige bondgenoot, Japan. Japan had al in de jaren twintig grote plannen met Oost-Azi en de Stille Oceaan. De regering van Japan zag heel goed dat Engeland en Frankrijk het niet meer zo lang zouden uithouden in deze verre streken. Daarvoor was het verzet tegen het koloniale optreden in Azi te sterk. Denk maar aan het optreden van Gandhi of aan de moeite die Nederland had om Nederlands-Indi onder de duim te houden. Als de Europese invloed in Azi zou afnemen, zou dat goed zijn voor de macht van Japan. Onder Japanse leiding zou er een Groot Aziatische Welvaartssfeer moeten ontstaan. Economisch en politiek had Japan al in de jaren dertig heel wat invloed in de regio. In 1931 werd Mandsjoerije bezet. Dat was een brugge-
hoofd om zes jaar later China aan Le vallen. Duitsland en Itali steunden Japan en sloten een bondgenootschap, het Anti-Kominternpakt, gericht tegen het communistische Rusland. Andere landen protesteerden bij de Japanse regering, maar ze deden niets, ook niet bij de inval in China in 1937. Toen Japan de VS aanviel, in 1941, verklaarden Engeland en Nederland de oorlog aan Japan. Onmiddellijk bleek hoe snel de Japanners konden optreden. Binnen drie maanden bezetten ze Zuidoost-Azi en Nederlands-Indi. De VS waren de enige serieuze tegenstander die Japan in deze oorlog had. In 1942 al lukte het de Amerikanen Japan in de verdediging te dringen. Het heroveren van door Japan bezette gebieden ging wel gepaard met veel slachtoffers. De Japanse bezetter kon ook, heel anders dan Duitsland, rekenen op de steun van bepaalde groepen nationalisten in de kolonin. Ze zagen in de Japanse bezetting in ieder geval een middel om de Europese mogend-
heden te verdrijven en om zelfstandig te worden.
Dat Japan dat laatste niet van plan was, konden de nationalisten niet weten. Europeanen in de be zette gebieden werden gevangen gezet in interneringskampen. De mannen werden gedeporteerd en ingezet als dwangarbeiders o.a. aan de Birma-spoorlijn. De behandeling van alle gevangenen was beestachtig slecht; niet slechter dan die van Indonesische en Maleise arbeiders die door de nationalistische leiders geronseld werden om voor de Aziatische zaak, dus voor Japan, te werken. Toen Duitsland verslagen was, zag het er niet naar uit dat de Japanse regering bereid was te capituleren. De VS stonden voor de keus: doorvechten tot ook Japan militair vernietigd zou zijn, of gebruik maken van een nieuw wapen, de atoombom. Dat laatste was de oplossing waar president Harry Truman voor koos. Op 6 en 9 augustus werden twee atoombommen gegooid op Hiroshima en Nagasaki. Het resultaat: 140.000 doden en 100.000 gewonden. Japan capituleerde.
Rotterdam, Warschau, Coventry volgden. De Ge- allieerden beantwoordden dit met verzadigingshombardementen op industriecomplexen en bevolkingscentra. De bombardementen hadden militaire doelen maar waren ook bedoeld om het moreel van de bevolking te breken. Onzegbaar veel gruwelijker was de Duitse massamoord op Europese joden, zigeuners en homoseksuelen. Dit slaat elke historicus met stomheid. Niet door de willekeur, maar door de precisie en het resultaat. Er worden vergelijkingen getrokken met de terreur van Stalin. Toch zal die, met zo miljoen doden, ons nooit zo raken als de moord op zes miljoen joden. Dat zal te maken hebben met de afstand. Maar ook met de aanwezigheid van duizenden documenten, die pijnlijk duidelijk maken dat voor de dood van elk slachtoffer een omschreven reden in de administratie is opgenomen. Wie de kranten na 8 mei 1945 heeft bijgehouden, moet bekennen dat terreur steeds weer de kop opsteekt. Het is onderdeel van het menselijk gedrag. Als dit gedrag niet is afgeleerd, hoe valt dan te verklaren dat een soortgelijke oorlog zich niet heeft herhaald? Die vraag staat in het volgende hoofdstuk centraal.
De Tweede Wereldoorlog: een les?
De oorlog kostte naar schatting 55 miljoen mensen het leven, militairen en burgers. Het hoge aantal burgerslachtoffers maakte de Tweede Wereldoorlog een schokkende ervaring. Na de middeleeuwen was het meer en meer gebruik geworden burgers te sparen. Vanaf 1914 leek deze regel vergeten. Al in de Eerste Wereldoorlog werden steden gebombardeerd en dorpen platgebrand. In de Tweede Wereldoorlog was het bombarderen van steden een aanvaard strijdmiddel. Daarin deden de strijdende partijen niet voor elkaar onder. Duitsland begon al voor de oorlog met het verwoesten van het Spaanse stadje Guernica (1936).
