g een zware crisis toe. De Amerikaanse leningen moesten worden afgelost en over de herstelbetalingen moest weer onderhandeld worden. De werkloosheid liep toen snel op en miljoenen Duitsers moesten elke pfennig omdraaien om brood en worst te kopen. Dit terwijl er bij belastingverhogingen en herstelbetalingen gerekend werd met honderden miljoenen, ja miljarden marken. Daardoor verdween bij miljoenen Duitsers het vertrouwen in de democratie. Antidemocratische partijen als de Kommunistische Partei Deutschlands (KPD) en de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei (NSDAP) konden makkelijk stemmen winnen. In 1932 werd de partij van Adolf Hitler, de NSDAP, de grootste partij van Duitsland.
De opkomst van het nationaal-socialisme
in Duitsland
Adolf Hitler (1889-1945, was een oud-strijder uit de Eerste Wereldoorlog. In de jaren na 1919 had hij met zijn knokploeg naam gemaakt in de Beierse hoofdstad Mnchen. Mnchen en Beieren waren in 1919 het toneel van een burgeroorlog tussen communisten en nationalisten. In Mnchen ontstond ook zijn politieke partij, de NSDAP. Toen Hitler in 1923 een staatsgreep pleegde in Mnchen, kreeg hij landelijke bekendheid. De staatsgreep mislukte en Hitler belandde in de gevangenis. Niet voor lang, want hij kreeg al na een jaar gratie. Gevangenisstraf is ook een groot woord voor opsluiting in een ruime kamer, met fraai uitzicht en een soepele bezoekregeling. Toen hij vrij kwam, had hij een boek geschreven: Mein Kampf. Het werd een verkoopsucces. 'Mein Kampf' wordt wel een 'anti-boek' genoemd. Hitler was tegen het kapitalisme en dus tegen Engeland en Amerika, tegen gelijkheid, tegen het buitenland. Hij was anticommunist, hij was tegen het christendom en tegen de joden en boven alles tegen de vrede van Versailles. Deze gevoelens leefden ook bij veel Duitsers, vooral in 1929. Bovendien was Hitler in staat zijn ideen goed te verkopen. Zo onleesbaar slecht als zijn boek, zo pakkend en agressief waren zijn toespraken. Hij kon een groot gehoor boeien, ketenen, betoveren. In zijn affiches speelde hij met licht en donker. Hij schilderde de Duitsers een pikzwarte toekomst voor. Hitler wees in zijn toespraken de schuldigen daarvoor aan (zie boven) en presenteerde zichzelf als de redder, een messias. Alleen een keus voor hem was een keus voor Duitsland. Daar waren miljoenen gevoelig voor; werklozen, maar ook zij die bang waren hun baan te verliezen. Ouderen die hij herstel van Duitslands grootheid beloofde, en jongeren die hem anders en nieuw vonden. In 1928 had de NSDAP maar 12 van de 600 zetels in het parlement. Maar de aanhang groeide snel. De partij kreeg aanhangers onder rijk en arm, oud en jong, mannen en vrouwen, professoren en analfabeten. Bij de verkiezingen van juli 1932 haalde de partij 230 zetels. Hitler had natuurlijk ook tegenstanders. De leiders van de democratische partijen, die het land bestuurden keurden zijn makkelijke propaganda af Toch hadden ze weinig middelen om hem tegen te houden. Ze worstelden met andere problemen, die ze veel ernstiger vonden. Ze besloten zelfs de regering meer bevoegdheden te geven door middel van noodwetten. Na 1930 stond het parlement praktisch buitenspel. Omdat de democratische partijen dat zelf deden, gaf geen Duitser meer een stuiver voor de democratie. Veel meer last en concurrentie ondervond Hitler van de communisten, de KPD. Tussen KPD en NSDAP hing in de jaren 193o-1933 een sfeer van geweld en terreur.
In november 1932 verloor de NSDAP bij de verkiezingen veertig zetels. Toen stelde Von Papen, een politicus uit het midden, voor om Hitler een kabinet te laten vormen. Op 30 januari 1933 benoemde rijkspresident Von Hindenburg Hitler tot rijkskanselier.
Hitler aan de macht
Toen Hitler rijkskanselier werd, schreef hij onmiddellijk nieuwe verkiezingen uit. Een week daarvoor, op 27 februari 1933, brandde het parlementsgebouw, de Rijksdag, af. Er werd een verdachte aangehouden. Het was de Nederlandse communist Martinus van der Lubbe. De NSDAP buitte dit voorval uit. In de propaganda werd gewezen op het acute gevaar van een communistische staatsgreep en dat deed het goed bij het grote publiek. Bij de president drong Hitler aan op het afkondigen van de uitzonderingstoestand. Dan konden huizen doorzocht, brieven geopend
