India: het voorbeeld van Gandhi
De Engelsen waren van mening dat ze het zo slecht nog niet deden in India. Ze hadden de Indische bovenlaag toegelaten tot hun 'heilige' universiteiten Cambridge en Oxford. Wie maar wilde kon het ver brengen in het bestuur, en ook de spoorwegen in India mochten er zijn. De Engelsen hadden daarom moeite met het groeiende verzet onder de Indirs. Toch was er ook wel begrip voor ze, zeker na het botte optreden van de Britse generaal Dyer. Hij opende 10 april 1919 domweg het vuur op een demonstrerende menigte in Amritsar, in het noorden van India. Het resultaat, 379 doden en 1200 gewonden, schokte de wereld, ook de Engelse publieke opinie. Er waren in India wel wat communisten die naar een revolutie streefden, maar het taaiste verzet kwam uit een heel andere hoek. Mohandas Gandhi (1869-1948) kreeg de bijnaam 'Mahatma' (= Grote Ziel), door zijn heel eigen manier van verzet tegen de koloniale overheersing. Liberalisme, communisme en socialisme wees hij af. Ze pasten volgens hem niet in de traditie van India. Daar, in de traditie, lag volgens hem de kracht van India. Dat maakte hij al duidelijk in zijn uiterlijk. Hij droeg geen pakken, maar een linnen omslagdoek. Geen schoenen, maar sandalen. De enige concessie die hij deed was het dragen van een bril. Hij wees geweld tegen de Britten af. Niet omdat hij ze zo sympathiek vond, maar omdat geweld de Britten een machtsmiddel zou geven. De Indirs moesten op een geweldloze manier de Britten duidelijk maken dat ze beter konden vertrekken. Het niet meer kopen van Britse produkten was een goed middel. Zelf gebruikte Gandhi ook het middel van de hongerstaking. In 1930 ging hij aan het hoofd van een grote menigte op weg naar de Indische Oceaan. Daar bereidde hij
op traditionele manier zout. Daardoor ontdoken hij en zijn volgelingen de Britse zoutwetten. met deze burgerlijke ongehoorzaamheid toonde Gandhi de onredelijkheid aan van de Britst zoutwetten en de zoutbelasting. Het Britse bestuur stopte hem in de gevangenis. Door zijn uiterlijk en zijn acties kreeg Gandhi veel aandacht, ook in Engeland. Het publiek zag hem als een kruising tussen een heilige en Robin Hood. Toen hij Londen bezocht gingen duizenden de straat op om hem te zien.
En probleem kon ook hij niet oplossen. Dat was de gespannen verhouding tussen hindoes en moslims. Zelf had hij het liefst van heel India n staat gemaakt met als grondslag godsdienstige verdraagzaamheid. De moslims voelden hier weinig voor en streefden onder Jinnah naar een aparte moslimstaat. Begrijpelijk omdat veel hindoes streefden naar de vestiging van een hindoe-staat in India. Het optreden van Gandhi maakte duidelijk dat koloniale overheersing niet veel langer was vol te houden, zelfs niet voor Engeland. In de Tweede Wereldoorlog zag Engeland dit ook in. In het Atlantisch Handvest tekende het in principe voor dekolonisatie.
Rusland wordt Sovjet-Unie
In 1921, na de door Trotski gewonnen burgeroorlog, stond Rusland aan de rand van de afgrond. Hongersnood was het voornaamste probleem. De grote steden zaten zonder voedsel en de mensen stierven bij duizenden. De invoering van het communistische systeem had dus niet het resultaat gehad dat Lenin en Trotski verwachtten. Daarom besloten zij dat Rusland voor een deel moest terugkeren naar een vrije markt. De boeren mochten een groot deel van hun opbrengst weer vrij verhandelen en dat hielp. De industrie bleef in staatshanden en het hardhandig opruimen van tegenstanders van de revolutie bleef algemeen gebruik, maar de hongersnood werd opgelost. De politieke macht bleef in handen van de partij en alleen partijleden kwamen in aanmerking voor hoge posten in het bestuur. Lenin was de onbetwiste leider van de Sovjet-Unie, zoals het land na
1922 voortaan heette. De officile naam was Unie van Socialistische Sovjet Republieken (USSR). In naam hadden alle republieken, vijftien stuks, zelfbestuur, als ze zich maar hielden aan de richtlijnen van het partijbestuur in Moskou.
Na de dood van Lenin (1924) rees de ster van Josef Stalin snel. Stalin was, heel anders dan Trotski, geen echt vooraanstaand lid van de communistische partij. Trotski had groot aanzien. Hij had het Rode Leger naar de eindoverwinning gecommandeerd en hij was de bedenker van het systeem van de sovjets, de bouwstenen van de Sovjet-Unie. Stalin was een eenvoudige, boerse, onverschrokken man. Nu waren er nogal veel eenvoudige en boerse nieuwe leden in de partij bijgekomen, na 1917. Harde werkers, trouwe partijleden die niet zo goed snapten waar Trotski en al die andere knappe koppen het over hadden: wereldrevolutie, radenrepublieken, socialisme in n land en meer van dat soort onbegrijpelijke zaken. Stalin kon, door zijn positie in de partij, juist deze mensen
