Het Verre Oosten: China en Japan
De gevolgen van de Eerste Wereldoorlog waren ook aan de andere kant van de wereld voelbaar, in Oost-Azi. Zowel China als Japan hadden de kant van de Geallieerden gekozen. Beide landen rekenden daardoor op een verbetering van hun positie. Maar Engeland en Frankrijk zagen dat anders. Japan was in hun ogen sterker dan China. De politieke toestand was in China, na de val van de laatste keizer, de vierjarige Pu Yi, ook niet erg rustig. Daardoor kreeg Japan de Duitse bezittingen in China toegewezen. Op 4 mei 1919 protesteerden duizenden studenten in Peking daartegen. Deze meibeweging' maakte duidelijk dat China het
westen ni, langer als voorbeeld wilde zien. Het was een breuk in het vertrouwen en het was een gebeurtenis die de chaos in China alleen maar groter maakte. Er was geen regering die het hele land in zijn greep had. De macht was in handen van de generaals van het oude keizerlijke leger in de provincies. Zij waren vooral genteresseerd in het behouden en vergroten van hun eigen macht. Wat er met China als geheel gebeurde vonden ze van minder belang. Er was, vooral in de steden, n beweging die de eenheid van China wilde redden. Dat was de Guomindang (GMD). De leider, Dr. Sun Zhongsan was aanvankelijk een voorstander van modernisering van China met het westen als voorbeeld. Na de Eerste Wereldoorlog vond hij dat China zijn eigen weg moest gaan. Misschien was de ontwikkeling in Rusland
een voorbeeld, dat hij. Hij onderhield in elk
geval hartelijke contacten niet Moskou. Toen in China een communistische partij werd opgericht, werd die een onderdeel van de Guomindang. Na de dood van Sun veranderde dat. De nieuwe leider Chiang Kaitsek gooide de communisten uit de Guomindang en begon een oorlog tegen de generaals in de provincies. Toen hij de Chinese eenheid min of meer had hersteld, organiseerde hij een klopjacht op de communisten. Hun leider, Mao Zedong, had in het zuiden een communistische boerenrepubliek uitgeroepen. In de steden werden de communisten vervolgd en vermoord, maar op het platteland kreeg Mao de boeren achter zich door ze grond en wapens te geven. Hij leerde zijn nieuwe soldaten lezen en schrijven. In zijn propaganda stelde hij de boerenmassa voor als de drijvende kracht in de Chinese geschiedenis. Hij beloofde de boerenmassa dat ze, na een harde gewapende strijd, China zouden regeren. Wie zo spreekt en handelt, kweekt trouwe volgelingen. Dat bleek toen Chiang de communistische republiek omsingelde. Met een boeren-
tegel van tienduizenden soldaten trok Mao door Zuidwest-China, en vervolgens over de uitlopers van de Himalaya naar het noorden. Deze tocht naar Yan'an staat bekend als de Lange Mars (1934). Het gebied dat de communisten in het noorden veroverden, grensde aan het deel van China dat door Japan was bezet. Buiten het bereik van Chiang vocht Mao door tegen de Japanners. Deze strijd maakte hem voor bredere groepen in de Chinese samenleving aanvaardbaar. Tijdens de Lange Mars en daarna bouwde Mao veel vertrouwen op. Mao was de Vaderlijk Boerenleider, de Leraar die dicht bij de massa stond. Natuurlijk kende hij maar een handjevol getrouwen; maar hij schiep het beeld en de sfeer van nabijheid en betrokkenheid. Na de nederlaag van Japan (1945) kon hij al snel de macht overnemen. In 1949 werden de troepen van Chiang uit heel China verjaagd. Hij week uit naar Formosa (Taiwan). Zijn regering werd door veel westerse landen nog lange tijd erkend als de wettige regering van China.
