Amerika: crisis
In oktober 1929 gingen de hoge koersen op Wall
Street een paar maal flink omlaag. Maar, zoals dat in een mooie zomer gaat, de volgende dag scheen de zon weer. De koersen stegen lekker door tot 24 oktober. Op dit donderdag vond de grootste ramp uit de economische geschiedenis van de 20e eeuw plaats. De koersen zakten niet, ze denderden naar beneden. Deze dag zou de geschiedenis
'aan als 'Zwarte Donderdag'. Onder de beurshandelaren ontstond paniek. Ze wilden onmiddellijk van hun aandelen af, tegen elke prijs. Binnen n week werden er toen 80 miljoen aandelen verkocht.
Gevolgen
De miljoenen Amerikanen die hun spaargeld in
aandelen hadden gestoken, waren dat in n keer
kwijt. Dat spaargeld was vaak hun pensioen, de
mee,, mensen regelden dat soort dingen zelf. En wie zijn geld op de bank had staan, was er ook niet best aan toe. Duizenden bankdirecteuren hadden met het geld van hun spaarders aandelen gekocht. Dat geld was dus ook weg. Miljoenen Amerikanen moesten gaan bezuinigen. Van de ene dag op de andere hielden ze op met kopen. Winkeliers bestelden minder bij hun leveranciers en fabrieken bleven daardoor met hun produkten zitten. Fabrikanten moesten mensen ontslaan en konden niet langer investeren in nieuwe machines. Je kunt het vergelijken met een sneeuwbal, als dit eenmaal rolt, is hij niet meer te stoppen. Maar n ding was duidelijk: alle Amerikanen hadden ermee te maken.
De oorzaak van de economische crisis die volgde op de aandelencrisis is iets ingewikkelder. Daarvoor waren diepere oorzaken. Ten eerste raakten de rijke Amerikanen eind jaren twintig een beetje uitgekocht. Ze hadden alles al. Ten tweede was de welvaart in de VS niet goed gespreid; zo'n 20% van
Een oplossing: Roosevelt en de 'New Deal'
De presidentverkiezingen vinden in Amerika altijd plaats in een schrikkeljaar. In 1932 was het weer zover. Deze presidentsverkiezing stond natuurlijk in het teken van de economische crisis. Er waren 14 miljoen werklozen. De twee grote politieke partijen, de Republikeinen en de Democraten, waren het niet eens over een oplossing voor de crisis. President Herbert Hoover, een Republikein, hield vol dat het allemaal goed zou komen. De sterke bedrijven zouden overeind blijven en die konden dan voor werk en nieuwe welvaart zorgen. Zijn tegenstander, de Democraat Franklin Delano Roosevelt, vond juist dat de overheid een actieve rol moest gaan spelen en had daarvoor een plan. Roosevelt won de verkiezingen met grote cijfers. De crisis was volgens hem door mensen veroorzaakt en kon dus ook door mensen
de bevolking was arm. De ar me katoenboeren in het zuiden bijvoorbeeld waren nog niet op het lichtnet of op de waterleiding aangesloten. Dan dot je weinig met een broodrooster. Vergeleken met het enorme produktievermogen was de markt te beperkt. Er was, zeggen sommige economen dan, geen evenwicht.
Verder is duidelijk dat geld maar n keer uitgegeven kan worden: aan schoenen of aan aandelen. De aandelencrisis zorgde voor een daling van de consumptiecijfers.
