Historisch
De dekolonisatie begon eigenlijk al voordat de Europese landen Azi en Afrika verdeelden: op 4 juli 1776 verklaarden dertien kolonin van Engeland zich zelfstandig. Uit die kolonin groeiden de Verenigde Staten van Amerika. Zij waren vanaf dat moment een fel tegenstander van het kolonialisme van Europese landen. 'America for the Americans' was de leuze van president James Monroe in 1823. Hij gaf met die woorden het gevoel van veel Amerikanen weer. De meeste Amerikanen konden het ook heel goed begrijpen dat de
Zuid-Amerikanen zich los wilden maken van Spanje en Portugal. Die landen waren daar sinds de ontdekkingsreizen nog steeds de baas. Maar rond 1900 was de rol van de Europese landen in Amerika uitgespeeld.
In Azi was Japan het voorbeeld voor de gekoloniseerde landen. Japan was in de 19e eeuw zelfstandig gebleven en had snel een industrie opgebouwd. Toen Japan in 1905 het grote Rusland versloeg, was dat voor de Chinezen, Indirs, Javanen en Maleisirs een belangrijke gebeurtenis. Europese landen konden verslagen worden, was de boodschap. De Russische revolutie was een tweede signaal voor de volken in Azi. Vooral studenten, jongeren en intellectuelen voelden zich
aangesproken door de oproep van Lenin. Het communisme zou uitgroeien tot een sterke en strijdbare beweging. Nog belangrijker was dat men in de kolonin een toekomst voor zichzelf zag, los van Europeanen of andere onderdrukkers, want die waren er ook. In het Midden-Oosten moesten de Arabische vorsten gehoorzaam zijn aan de Turkse sultan in Istanbul. Die sultan noemde zich leider over alle moslims in de wereld, maar onder de Arabieren broeide verzet. Ook zij wilden zelfstandig zijn. De Arabieren konden bij hun ontluikende verzet vreemd genoeg rekenen op steun van Engeland en Frankrijk. Die vonden het Arabische gebied erg belangrijk voor hun handelsroute (denk aan het Suezkanaal). Daarom steunden ze de Arabische vorsten om zo het gebied onder controle te krijgen. Geen wonder dat het Turkse rijk de kant van Duitsland koos in de Eerste Wereldoorlog. Maar daar was nog een reden voor. De Duitsers hadden gehol-
pen bij het aanleggen van de Bagdadspoorlijn.
Dat was een hels karwei omdat het spoor door ontoegankelijk en bergachtig gebied ging. Door die spoorlijn zou de Turkse sultan zijn Arabische gebieden beter kunnen besturen. Voor Duitsland was het een kans om een sterke positie in het Midden-Oosten te krijgen. Door de Eerste Wereldoorlog veranderde er enorm veel in het Midden-Oosten. De Turkse invloed werd veel kleiner en Frankrijk en Engeland werden er de baas. En dat was niet naar de zin van de Arabieren.
Amerika: welvaart
Amerika was een jonge staat die na een bloedige burgeroorlog (1861-1865) miljoenen straatarme immigranten uit Europa had opgevangen. In de VS hadden ze vrijheid en welvaart gevonden. Hoe was dat mogelijk? Om te beginnen waren de lonen heel laag. Dat kwam door de immigranten die voor weinig geld wilden werken. Dat was aantrekkelijk voor de fabrikanten, want daardoor waren de winsten hoog. Grootschalige produktie zorgde er verder voor dat de kosten laag bleven. Dat betekende lage prijzen voor de consument. Dit waren twee grote verschillen met Europa. Bovendien was de vraag naar produkten heel groot, door de groei van de bevolking. Niet alleen de vraag naar voedsel en kleding, maar ook die naar huizen, bestrating, straatverlichting, riolering, bedrijfspanden, machines en onderwijs. De jonge Amerikaanse economie groeide, want de markt was enorm groot en er was genoeg werk. Amerika had voor de Eerste Wereldoorlog schulden aan Europa. Niet omdat het zo'n arm land was, maar omdat Europese bankiers er zo graag hun geld belegden.
