WAAROM BESTUDEREN WE DE WERELD
NA DE EERSTE WERELDOORLOG?
De Eerste Wereldoorlog zorgde voor grote veranderingen in Europa; wat er in andere werelddelen gebeurde, is minstens zo belangrijk.
De oorlog was niet de enige oorzaak voor de veranderingen. Door de periode 1919-1940 te bestuderen kunnen we zien in welke richting de wereld buiten Europa zich ontwikkelde. Dat is van belang om de gebeurtenissen na 1945 te begrijpen.
Belangrijke ontwikkelingen vonden plaats in Azi. Het zelfbewustzijn van de verschillende volken daar werd sterker. Dat zorgde voor problemen met Engeland, Nederland en Frankrijk, die daar kolonin hadden. Die problemen waren er in de 19e eeuw ook wel geweest; denk aan de Atjeh-oorlog in Nederlands-Indi or de Sepoy-opstand in India. Maar na de Eerste Wereldoorlog moesten de koloniale mogendheden anders gaan optreden. Gewelddadig optreden werd niet langer aanvaard. Na 1919 werd duidelijk dat Europese landen niet meer de baas konden spelen over grote delen van de wereld. De kolonin namen het niet langer. De leiders die India, China en Nederlands-Indi na 1945 naar de onafhankelijkheid zouden leiden, waren tussen 1920 en 1940 al actief Gandhi, Mao en Soekarno deden voor de Tweede Wereldoorlog het voorbereidende werk. Daardoor stonden ze na die oorlog (1945) stevig in hun schoenen. Deze drie leiders wilden niet alleen hun land bevrijden van de koloniale overheersers. Ook over hun land na de dekolonisatie hadden ze ideen.
In dezelfde periode werd de macht van Europa kleiner door de opkomst van twee supermachten: de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Die twee bleven tot 1941 buiten het strijdtoneel. Maar toen bleek dat deze landen als enige in staat waren om een geweldige militaire macht te ontplooien. Alleen zij konden de Duitse en Japanse expansie stoppen.
Europese leiders wilden nog niet erkennen dat hun macht in de wereld kleiner was geworden. Ze zagen Europa nog steeds als de navel van de wereld. De gevolgen van dit schadelijke, Eurocentrische denken zijn tot in onze tijd te merken.
