Amerikaanse bijdrage de doorslag in de strijd. De
Duitsers werden teruggedrongen in een hopeloze
positie. Ze hadden nog de keus tussen doorvechten en verliezen, of de wapens neerleggen. Dat laatste gebeurde en op 11 november 1918 zwegen de wapens.
Vredesregelingen
Als de wapens zwijgen, is de oorlog afgelopen. Maar dan is er nog geen vrede. Voor vrede zijn onderhandelingen nodig. De vredesonderhandelingen die volgden op de Eerste Wereldoorlog waren heel bijzonder. Om te beginnen werden met de verliezers elk apart besprekingen gevoerd: met de Duitsers in Versailles, met de Oostenrijkers in Saint-Germain, met de Hongaren in Trianon, met de Turken in Svres en met de Bulgaren in Neuilly. Het waren ook geen echte onderhandelingen. Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, Bulga rije en het Turkse rijk waren de schuldigen aan de oorlog. Ze hadden maar te slikken wat de overwinnaars, Engeland, Frankrijk en de Verenigde Staten, voorstelden. Nu waren de overwinnaars het onderling niet erg eens. Ze hadden andere doelstellingen, idealen en ervaringen. Frankrijk, het buurland van Duitsland, gaf er de voorkeur aan dat het hele land van de kaart zou verdwijnen. Engeland vond dat maar niks, want dan zou Frankrijk weer te machtig worden op het vaste land. Wat dat betekende was bekend uit de tijd van Napoleon. De Verenigde Staten hadden het idee dat ze de vrede in Europa definitief konden verzekeren als er naar hen geluisterd zou worden Toen president Wilson zich bij de Geallieerden aansloot, had hij een toespraak gehouden met de titel 'Vrede zonder overwinning'. Zijn doel was
duidelijk: als Amerika mee ging doen aan de oorlog, dan was dat om een einde te maken aan het verschijnsel oorlog. Een vredesregeling moest er dus zo uitzien dat er geen reden voor agressie meer was. Volgens Wilson was dat mogelijk. Hij stelde een lijst van veertien punten op als een re- cept voor de eeuwige vrede. Het belangrijkste punt was dat elk volk het zelfbeschikkingsrecht moest krijgen. Polen, Tsjechen, Slowaken en al die andere volken die in het midden van Europa leefden moesten zichzelf gaan regeren. Duitsers, Oosten rijkers of Russen konden deze kleine volken niet langer als pionnen tegen elkaar uitruilen, vond hij. Er zouden in Europa dus nieuwe staten moeten ontstaan. Een vrije handel en een vrije zee waren ook erg belangrijk. En de grote mogendheden moesten openlijk met elkaar onderhandelen; geen onderonsjes meer, maar een open en controleerbare diplomatie. Dat voorkwam nare verrassingen. Deze Amerikaanse voorstellen betekenden een breuk niet wat er in Europa gebruikelijk was. De regeringen van Engeland en Frankrijk konden niet openlijk zeggen dat ze de ideen van Wilson onuitvoerbaar vonden, want Wilson was populair, ook in Engeland en Frankrijk. Ondanks zijn populariteit was er van zijn ideen weinig terug te vinden in de vredesverdragen. Dat heeft te maken met de rol die Engeland en Frankrijk speelden aan de onderhandelingstafel. Daar stelden ze zich keihard op. Daardoor ontstond er uiteindelijk een vredesverdrag met harde strafmaatregelen tegen Duitsland.
De Russische revolutie
Het kostte Rusland veel moeite om de oorlog tegen Duitsland vol te houden. Na de successen in het begin, leed het Russische leger in 1916 zware verliezen. De regering bleek niet tegen de situatie opgewassen. Vooral daardoor viel het vertrouwen in de regering weg. In 1917 brak er een revolutie uit die uiteindelijk de bolsjewieken, de communisten, onder leiding van Lenin aan de macht zou brengen. Lenin dacht dat de revolutie in Rusland het begin zou worden van een wereldrevolutie. De revolutie zou overslaan naar de Westeuropese landen en naar de kolonin. Dat zou het einde betekenen van het kapitalistische systeem. Lenin kreeg de macht niet zonder slag of stoot in handen. Na zijn staatsgreep (oktober 1917) brak in Rusland een burgeroorlog uit die vier jaar zou duren. De tegenstanders van Lenin kregen steun van Westeuropese landen. Daar waren drie redenen voor. De Europese regeringen waren inderdaad bang dat de revolutie naar hun landen zou overslaan. Verder had Lenin voortijdig vrede gesloten met Duitsland en ten slotte had hij alle schulden van Rusland aan het buitenland geschrapt.
Lenin had al in 1918 een begin gemaakt met de invoering van het communisme. Hij verbood alle andere politieke partijen. Alle bedrijven werden eigendom van de staat, boeren kregen grond en moesten hun oogst afstaan aan de staat. Elk verzet tegen hem en zijn partij werd gebroken en afwijkende meningen werden niet getolereerd. Rond 1921 hadden de communisten het hele land onder controle. Het hardhandige optreden was volgens Lenin en zijn maarschalk Trotski nodig om het uiteindelijke doel, het socialisme, te bereiken. Ze noemden dit 'de dictatuur van het proletariaat' (= arbeidersklasse).
