in Noord-Frankrijk tot staan gebracht door Franse en Engelse troepen. Dat was een tegenvaller voor Duitsland en in oktober 1914 zat het westfront muurvast.
Tussen oktober 1914 en november 1918 woedde in Noord-Frankrijk een stellingenoorlog (Sitzkrieg). De strijdende partijen hadden niet de kracht om elkaars linies te doorbreken. Ze probeerden het wel met stormlopen op de vijandelijke stellingen. Maar vanuit de stellingen werden de voetsoldaten neergemaaid.
Aan het oostfront vochten in 1914 en 1915 Duitse en Oostenrijks-Hongaarse legers tegen de Russen. Rusland richtte zich vooral op de zwakste
van de twee: Oostenrijk-Hongarije. Dat was slim, maar Frankrijk en Engeland hadden daar niet zoveel aan. Die zagen liever dat Rusland het Duitse leger zou aanpakken. Toen dat uiteindelijk gebeurde (zomer 1916) leden de Russen enorme verliezen. Het werd duidelijk dat ook aan het oostfront de beslissende klap nog niet zou vallen. In 1917 kwam toch de beslissing. De oorlog werd namelijk niet alleen uitgevochten op land, maar ook op zee. Engeland was van oudsher sterk op zee. Maar tussen 1890 en 1914 had de Duitse regering een vloot laten bouwen die met de Engelse kon concurreren. Op het gebied van onderzeeboten hadden de Duitsers zelfs een voorsprong
op de Engelsen. Toch kon de Duitse vloot niet verhinderen dat Engeland alle Duitse havens blokkeerde. Duitsland besloot daarom Engelse schepen met onderzeeboten aan te vallen. Oorlogsschepen maar ook vrachtschepen waren het doelwit, want die konden munitie vervoeren. Toen een Duitse 'U-Boot' in 1915 het Engelse schip de 'Lusitania' tot zinken bracht, leidde dat tot grote verontwaardiging. Er waren 1198 slachtoffers, waaronder 139 Amerikanen. De Amerikaanse regering was neutraal en wilde dat blijven. Ze waarschuwde Duitsland en dat hield zich tot februari 1917 aan de regels om schepen van neutrale landen niet aan te vallen. Toen drukten de
admiraals hun zin door bij de politieke leiding. Duitsland kondigde een onbeperkte duikboten-oorlog af. Geen schip zou meer veilig zijn. Voor de Amerikaanse president Woodrow Wilson was dit voldoende om Duitsland de oorlog te verklaren. De kansen van de Geallieerden verbeterden hierdoor.
In 1917 brak in Rusland een revolutie uit. Daardoor werd de kracht van het Russische leger gebroken. De revolutie bracht een nieuwe leider aan de macht: Lenin. In januari 1918 sloot hij vrede met Duitsland. Rond die tijd werd ook duidelijk hoe sterk de militaire kracht van de Verenigde Staten was. Tussen juli en oktober 1918 gaf de
