Vrije tijd
De Nederlandse beroepsbevolking wordt gevormd door alle mensen van 18 tot en met 64 jaar. Gemiddeld werken ze - betaald - zo uur per week. Die betaalde arbeid is ongelijk verdeeld. Heel wat 18- tot 24-jarigen werken niet omdat ze studeren of op school zitten. Heel wat vrouwen en sommige mannen werken niet, omdat ze hun zorgtaken belangrijker vinden dan betaald werk. Onder vijftigplussers vinden we veel WAO-ers of vutters en dan zijn er nog enkele honderdduizenden werklozen.
Meer dan een miljoen mensen werken in deeltijd,
maar voor een volledige baan is de gemiddelde werktijd 38 uur per week. Een week heeft 168 uur. Buiten het werk blijft er dus 130 uur over. Wie wekelijks 50 uur slaapt heeft 80 uur vrije tijd. Tijd om vrij te besteden, niet om te werken. Daarvan was aan het begin van de eeuw nog geen sprake. Werkweken van 6o uur waren normaal en een zestigjarige loopbaan bij hetzelfde kantoor duidde op een goede gezondheid. Maar ook toen waren er mensen met veel vrije tijd. In de betere kringen gold rond 1900 nietsdoen als het hoogste ideaal. Wie geld had, werkte niet. Die tenniste, reed auto en ontmoette andere rijke mensen. Een enkeling wilde in de politiek naam maken, maar echt werken was dat ook niet. Het Britse Lagerhuis vergaderde een week of vijftien per jaar en de
Nederlandse Tweede Kamer nauwelijks meer. Wie een eigen zaak had, werkte niet meer dan zo'n vijf uur per dag. Voor tien uur 's ochtends verscheen geen fatsoenlijk mens op de zaak of op de beurs en na drie uur 's middags zat men alweer op de club sigaren te roken en whisky te drinken. Hard werken was in de betere kringen verdacht.
Werken was iets voor de werkende stand. Zo'n leventje zou iedereen wel willen en daar is in deze eeuw dan ook veel voor gestreden. Maar de massa vrije tijd die de moderne mens kreeg, moest wel gevuld worden. Nooit eerder hebben mensen, zoveel hobbies, liefhebberijen en sport beoefend. Helaas moest die vrije tijd ook meer en meer gebruikt worden om te klussen in huis. Een vakman inhuren werd te duur. Doe-het-zelfzaken beleven gouden tijden en menig rijtjeshuis blijkt van binnen een paleisje. Vreemd genoeg stak juist in de betere kringen rond 1980 een heel andere neiging de kop op: keihard werken. Zakenmensen, managers, geleerden en bestuurders gingen opeens werkweken van zo'n 80 uur maken. Die trend kwam overgewaaid uit de Verenigde Staten en Japan. Wat in de hogere kringen mode is, daalt meestal af naar onderen. Het werkverslavingsvirus heeft de universiteiten al bereikt en straks zijn misschien de scholen aan de beurt.
