Die bewegingen waren een succes omdat het thuis nog saaier was. Vrijheid en eigen verantwoordelijkheid stonden in dit soort clubs niet op de voorgrond. Het ging om de idealen van de beweging, met in het achterhoofd 'jong geleerd is oud gedaan'.
Na de Tweede Wereldoorlog verschoof de leerplicht van veertien naar zeventien jaar. De school nam daarmee de functie van de- jeugdbeweging over: vorming. Christelijke en socialistische jeugdbewegingen raakten uit de mode. Jongeren gingen op zoek naar hun eigen identiteit hun eigen idealen. Je kunt je afvragen of Elvis Presley,
Bob Dylan of punkers wel spontaan verwoorden wat er bij de jeugd leefde. Of waren zij moderne versies van de rattenvanger van Hamelen?
Je kunt je afvragen of John Lennon en Paul McCartney, Michael Jackson en Madonna niet erg veel lijken op dat ventje uit het beroemde boek van J.M. Barry: Peter Pan. Allemaal nemen ze je mee naar 'Neverland', het land waar niemand ooit volwassen hoeft te worden. Het eigenaardige
van deze jeugdcultuur is dat het langzamerhand de gevestigde cultuur is geworden. Het is een grabbelton voor jong en oud, voor rijk en arm. Vijftigers gaan even makkelijk naar TAFKAP als naar hun 'eigen' Rollink Scones. In de moderne maatschappij mag iedereen in 'Neverland blijven wonen. Wie wordt er nog volwassen in de twintigste eeuw?
Wetenschap en techniek
Aan het begin van de eeuw leefden er hoge verwachtingen over de ontwikkelingen binnen de wetenschap en de techniek. Ze zouden de lijdende mens verlossen van ziekten, pijn en allerlei ongemak. De kwalen die bestreden moesten worden waren: tuberculose armoede, analfabetisme. Open hartoperaties of reageerbuisbaby's waren nog onbekend. De wetenschap heeft het verlanglijstje  van rond 1900 meer dan waargemaakt. Daar kunden we kritiekloos blij om zijn, maar we kunnen ons er ook over verbazen. Geen mens is namelijk meer in staat om de gehele wetenschap te overzien of om techniek ten volle te begrijpen. Toen dat duidelijk werd, had men daar wel moeite mee. Alles weten en alles begrijpen is nooit mogelijk geweest, maar dat inzicht had men aan het begin van de eeuw nog niet. De wereld en de kasmos zaten ingewikkeld in elkaar, maar wel logisch, wel begrijpelijk en onwrikbaar volgens de wetten van Newton. Dat beeld bleek niet te kloppen. E=mc schreef Albert Einstein in 1905. Een vrij korte formule die de wetenschap op haar kop zette. De wetenschap toverde meer van zulke verrassende ontdekkingen uit haar hoed: atomen bleken splitsbaar en met gebundeld licht (LASER) kon men een staalplaat doormidden za-
gen. Science fiction werd overbodig, maar bloeide als nooit tevoren.
Ook de ontwikkelingen in de techniek stonden niet stil. Een PC kostte in 1995 evenveel als in 1985, maar het geheugen is standaard duizend maal zo groot en de programma's zijn krachtiger en knapper. Tegenwoordig schaakt de computer even goed als wereldkampioen Gari Kasparov. Op sommige terreinen verandert er helaas zo goed als niets. Fatsoenlijke fietsverlichting of een fietsbel die niet zo knullig in elkaar zit, daar wachten we nog steeds op.
Temidden van alle techniek staat de mens als een rijk geschakeerd wezen, dat verliefd kan worden, ruzie maakt of door een bos wandelt. De splitsbaarheid van een atoom of de mogelijkheden van een snelle computer raken ons niet wezenlijk. Persoonlijk geluk, liefde of gezondheid hangen daar niet van af. Toch is ook dat terrein onderwerp geworden van een nieuwe wetenschap: de psychologie. We kregen meer kijk op het innerlijk van de mens en op zijn gedrag; op onszelf dus. De denkbeelden van de grondlegger van de psychologie, Sigmund Freud, werden niet direct populair. Darwin had de mens in de 19e eeuw al ingedeeld bij de apen, maar Freud ging een stapje verder. Hij vestigde de aandacht op ons onderbewustzijn. Daar, en niet in het boekje van goede manieren, lag de bron van ons gedrag en gevoel. Wie het onderbewustzijn kon bereiken, kon gedrag verklaren, veranderen of benvloeden. Gedragswetenschap is in de moderne maatschappij niet meer weg te denken. De personeelschef, de dominee, de reclamemaker, de cipier en de leraar maken er gebruik van.
Zonder echt alles te kunnen begrijpen, heeft de moderne mens wel meer belangstelling voor zijn psyche. Op de meest gestelde vraag in de toe eeuw, 'Hoe gaat het met je?', zit niemand meer om een antwoord verlegen.
