De droom van het nationalisme
Het woord 'nationalisme' kennen we onder meerdere betekenissen. Denk maar aan de 'liefde voor het vaderland' die opleeft rond sportevenmenten. Als 'onze' sporthelden winnen, slaat er een golf van trots over het land. Dit soort nationalisme is vrij onschuldig. Er vallen wel eens klappen, op het veld en onder de supporters. maar daar blijft het bij
Nationalisme kan ook berekenen: het streven van een volk naar een eigen staat. Voor dat ideaal werden en worden heel wat oorlogen gevoerd. In Nederland leeft deze vorm van nationalisme nier zo sterk. Logisch, want Nederlanders hebben al vierhonderd jaar een eigen staat. Ook Engeland, Frankrijk. Zwitserland, Spanje en Portugal bestaan al vrij lang in hun huidige vorm. In Midden- en Oost-Europa ligt dat anders( daar zijn de grenzen voortdurend veranderd. Dat was al zo in de 17e eeuw, en is tot in deze eeuw zo gebleven. In de 17e en 18e eeuw waren grenswijzigingen meestal het gevolg van oorlogen die vorsten tegen elkaar voerden. De bevolking had er maar weinig invloed op. In de 19e eeuw veranderde dat. In veel Europese staten leefden verschillende volken onder hetzelfde bestuur. De keizer van Oostenrijk bijvoorbeeld had het voor het zeggen over Italianen, Slowaken en Tsjechen. Her verzet tegen dit soort 'vreemde overheersing' groeide. De Italianen wilden dat de tientallen kleine staatjes in Itali door n vorst en n regering geleid zouden gaan worden. Dat moest dan natuurlijk een Italiaan zijn en geen Oostenrijker. In 1861 kregen zij hun zin: een eigen, nationale staat.
Ook in het Dikste rijk, dat uit 39 verschillende staten bestond, leefde zon gevoel. In 1848 kwamen in Frankfurt achthonderd burgers uit alle hoeken van het Duitse rijk bijeen. Zij beschouw-
den zichzelf als het Duitse parlement en eisten de vereniging van alle Duitse staatjes in n Duitsland. De koning van Pruisen en de keizer van Oostenrijk zaten niet te wachten op een Duitse staat - zeker niet als die door de burgers zelf was gesticht. Daarom lier de Pruisische koning het 'Frankfurter Parlement' uiteenjagen. Zijn eerste minister, kanselier Otto von Bismarck, liet weten dat de Duitse eenheid nooit door een parlement kon worden afgedwongen. Volgens hem kon dat alleen door 'Blut und Eisen'. In 1871 kwam de Duitse eenheid er; niet onder leiding van een parlement, maar onder leiding van Pruisen.

Een kwestie van gevoel
Belgen, Bulgaren, Duitsers, Grieken, Hongaren, Italianen, Polen, Tsjechen en Servirs - hoe verschillend ze ook waren, ze wilden allemaal hetzelfde: een eigen staat, een vlag, een vorst en een volkslied. Meestal waren het de ontwikkelde burgers die voor een eigen staat ijverden. Zij kenden de cultuur en de geschiedenis van hun volk. Wie de geschiedenis kent, heeft al snel een tijdperk gevonden waarin 'alles beter was'. Voor Grieken en Italianen was dat natuurlijk de oudheid, voor Duitsers de middeleeuwen, en voor Belgen de tijd dat Vlaanderen en Brabant vrij waren en Antwerpen een grote havenstad was. Veel nationalisten wilden dat de glorietijd zou terugkeren. Dat kon alleen maar, dacht men, met een eigen staat. En elk volk met een eigen taal, godsdienst, geschiedenis en grondgebied zou recht op zo'n eigen staat moeten hebben.
Dat kon de burgerij wel vinden, in de 19e eeuw waren in Europa de vorsten nog altijd de baas. Zij onderdrukten de nationalistische bewegingen. Journalisten en leraren die het nationalisme wilden verspreiden, gingen achter de tralies, kranten
en pamfletten werden in beslag genomen. Toch verschenen er tussen 1830 en 1919 flink wat nieuwe staten op de kaart. Daar blijkt wel uit dat nationalisme een bijna ongrijpbare kracht is. Dat komt onder meer doordat nationalisme vaak een kwestie van gevoel was (en is). En de 19e eeuw was een eeuw waarin gevoelens en fantasie de ruimte kregen. Dat konden aangename fantasien zijn, over eenheid en saamhorigheid, over trouw aan de vorst. Het konden ook minder prettige toekomstbeelden zijn: over de dreiging van andere volken en over het verlies van eigen taal, godsdienst en cultuur. Dat soort gevoelens zijn altijd sterke impulsen voor het nationalisme geweest.
