Koning-koopman Willem I had opnieuw grote plannen met Indi. In 1828 benoemde hij Johannes van den Bosch als Gouverneur-Generaal, met de opdracht om de kolonien weer winstgevend te maken. Van den Bosch moest eerst afrekenen met een opstand van de inheemse bevolking op Java. Die opstand was wel verklaarbaar, want de Nederlanders gedroegen zich op Java niet erg netjes. Het aanleggen van de 'postweg' van oost naar west bijvoorbeeld kostte op elke meter een Javaan het leven. De Nederlandse soldaten in Indi waren ook al berucht vanwege hun optreden. Het was een samenraapsel van ruig uit alle landen van Europa dat via het werfdept in Harderwijk ('het riool van Europa) naar Indi werd verscheept. Het scheldwoord 'koloniaal' sloeg tot ver in deze eeuw op personen die zo bot en dom waren dat dienstnomen 'voor Indi' de enige kans op een carrire was.
Het cultuurstelsel
Van den Bosch zag wel mogelijkheden om Java
winstgevend re maken. Hij voerde het cultuurstelsel
in. De Javaanse boeren zouden nvijfde van hun
grond moeten bebouwen met produkten voor de
Europese markt: koffie, rijst, indigo, thee en ta-
bak. Daar zouden ze nvijfde van hun rijd, 66
dagen per jaar aan moeten besteden, tegen een
dagloon van zeven tot twaalf cent. Het systeem
werkte voortreffelijk. Tussen 1817 en 1829 had
Nederland 40 miljoen gulden verlies geleden op
Indi. Tussen 1830 en 1877 vloeide 723 miljoen
gulden van Indi naar Nederland. Het cultuur-
stelsel werkte natuurlijk alleen maar omdat de Ja-
vaanse vorsten er aan mee werkten. Zij werden
door de Nederlandse machthebbers in de watten
gelegd. De verbluffende resultaten van het cul-
tuurstelsel kwamen Nederland goed van pas.
Voor de staatskas was het batig saldo uit Indi van onschatbare waarde. De belastingen in Nederland hoefden niet verhoogd te worden; er was zelfs nog geld over voor de aanleg van spoorwegen. Voor de Javanen waren de voordelen van het cultuurstelsel aanmerkelijk kleiner. Door het voorgeschreven werk bleef er maar weinig tijd over om voor de eigen gewassen te zorgen. Over het karige loon dat ze ontvingen werden ook nog eens belastingen geheven. Overigens bouwden de Javanen voor hun produkten wel een klantenkring op die ook na de afschaffing van het cultuurstelsel (1870) bleef bestellen.
