Het kastenstelsel
In de Indiase samenleving wordt onderscheid gemaakt tussen vier groepen of kasten, die streng gescheiden van elkaar horen te leven. De hoogste is die van de brahmanen. de priesters. Daaronder komt de kaste van de strijders, de ksjatrija's. De derde kaste is die van de vaisya's: de boeren, handelaren en handwerkslieden. De laagste kaste. die van de soedra's, bestaat uit slaven en dienaren. Buiten deze kasten leven in India nog tientallen miljoenen kastenlozen. de paria's. Voor leden van de hogere kasten zijn zij 'onrein'; het zijn 'onaanraakbaren'.
Het ontstaan van het kastenstelsel heeft waarschijnlijk niets met godsdienst te maken, het vrtbestaan ervan wel. Volgens het hindoeisme kun je het leven namelijk maar het beste aanvaarden zoals het is. Die houding heeft het kastenstelsel tot op de dag van vandaag in stand gehouden. Wel is de positie van de paria's in deze eeuw verbeterd.
Andere godsdiensten
Het hindoeisme is niet de enige godsdienst in India. Wel vormt het de oorsprong voor veel van de andere godsdiensten: boeddhisme, tantrisme en janisme hebben dezelfde wortels en kenmerken als het hindoesme.
Buiten India is vooral het boeddhisme belangrijk geworden: in Japan, Ceylon, Birma, Thailand. Laos, Vietnam. Cambodja, China en Tibet. Alleen in Tibet is boeddhisme de enige godsdienst. De stichter van het boeddhisme, Siddharta Gautama, was een zorgeloze jonge prins dit met zijn twee vrouwen in een mooi paleis woonde. Van al het verdriet op de wereld wist hij niets. Toen zag hij op een tochtje voor het eerst een bedelmonnik, een aftakelende oude man, een leproos en een dode. Aangegrepen door al dit leed, dat elke mens kon treffen (lepra) of zou treffen (ouderdom. dood), verliet Siddharta zijn paleis. Als eenzame zwerver tobde hij over de zin van het leven. Op
en nacht kreeg hij, zittend onder een vijgeboom langs een rivier, 'verlichting': hij vond de oplossing van her raadsel van het leven. Het leven. bedacht hij, was pas dragelijk als je niet meer begeerde, niets meer belangrijk vond en leefde in naastenliefde en oprechtheid. Siddharta, de Boeddha (-verlichte) predikte veertig jaar lang en kreeg veel volgelingen. In het hindoestische India verdween het boeddhisme weer. In gebieden buiten India, waar boeddhistische kloostergemeenschappen ontstonden, bleef het bestaan. Boeddhistische kloosters zijn een soort 'scholen van het leven', waar je enkele maanden of een jaar kunt verblijven; om daarna de draad van het leven weer op te pakken.
In India zelf is ren slotte ook de islam een belangrijke godsdienst geworden. Toen de Arabieren Noord-Afrika en Spanje veroverden, verbreidde de islam zich daar vrij snel. In het oosten ging dat minder gemakkelijk: het hindoesme liet zich door deze nieuwkomer niet zomaar verdringen. Er ontstonden wel nieuwe stromingen die islam en hindoesme probeerden te verenigen. Daardoor ontstond vooral in het noordwesten van India grote godsdienstige verscheidenheid. Dat
wijst op godsdienstige verdraagzaamheid. hoewel zich ook talrijke bloedige conflicten voordeden Godsdienstig gezien was het noordwesten van dia heel lang een typische grenscultuur. Voor
Hindoes uit de lagere kasten was de islam wel
aantrekkelijk: de islam kent geen onderscheid
tussen verschillende groepen. Uiteindelijk is het
noordwesten van India dan ook islamitisch ge-
worden. In 1947 ontstond er zelfs een islamitische
staat: Pakistan.
