Maar de twee rivieren, de Indus en de Ganges. stromen elk een andere kant op. De Indus stroomt naar de Arabische Zee. de Ganges naar de Golf van Bengalen. Ze monden uit aan weerszijden van een enorme schiereiland van aso kilometer lengte. De landtong bestaat uit woest en bergachtig land. China was dus geografisch makkelijker te verenigen dan India.
Wat de kaart niet laat zien, n dat er in India tientallen verschillende volken wonen: volken met elk hun eigen taal en tradities. Het is niet eenvoudig zoveel verschillende volken onder n bestuur re verenigen. In China lag dat anders: daar leken de vorstendommen meer op elkaar, er was n schrijftaal. een cultuur. India kent tegenwoordig nog steeds twaalf Annie talen - maar taalgeleerden denken dat er in India in totaal ongeveer duizend talen gesproken worden. Het zal
duidelijk zijn dat politieke eenheid in India niet voor de hand lag. In de geschiedenis van India is er dan ook geen vorst, geen dynastie, geen veroveraar geweest die erin geslaagd is heel India in handen te krijgen. Politieke en militaire gebeurtenissen hebben in India dus nier veel invloed gehad op het karakter van de samenleving. Veel belangrijker was de invloed van het klimaat en de godsdienst.
Het klimaat wordt geregeerd door de wind, de moesson. Die draait tweemaal per jaar, in april en in oktober. In april wordt het steeds warmer. De zuidenwind voert dan warme en vochtige lucht aan uit de Indische Oceaan. Eind mei zijn temperaturen van veertig graden normaal. Dan barsten de regens los. Die houden aan tot eind september. Dan draait de wind: koele lucht uit het Himalayagebergte stroomt over land naar de Indische Oceaan. Tussen oktober en januari blijft het een graad of twintig. Omdat de regens uit het zuidoosten komen is het oosten van India het natst, het vruchtbaarst en het meest welvarend. Naar het westen is het droger, heter en armer. De moessons bepalen het ritme van het leven in India.
Godsdienst en samenleving
Naast het klimaat heeft ook de godsdienst een grote invloed gehad op de Indiase samenleving. De belangrijkste godsdienst in India is het hindoeisme. In het hindoesme draait het om het geloof in karma en in rencarnatie (-wedergeboorte). Karma is de taak van de mens. De taak van de mens is te zijn wie hij werkelijk is, en niet de slaaf van hebzucht of van zijn lusten en zintuigen. Pas dan kan de ziel n worden met Brahma. de godheid. Goed leven betekent de heilige boe-
ken bestuderen, een gezin stichten en vervolgens terugtrekken in het bos en de wereld vaarwel zeggen. Her ligt voor de hand dat de meeste Indirs aIleen de eerste plichten vervullen.
in de heilige boeken van het hindoesme, de veda's, staan verhalen over de tientallen goden van het hindoeisme. Het hindoesme is dus een polythestische godsdienst. De bekendste goden zijn Brahma, Visjnoe en Sjiva. Brahma is de scheppergod, die zich verder weinig net het aardse leven bezighoudt. Visjnoe is de beschermende god, hij die de mensen helpt. De meest vereerde god is Sjiva, de god die vernietigt maar ook dansend de wereld in stand houdt. Omdat Sjiva de dood verslagen heeft, is de dood niet het einde, maar de poort naar een nieuw leven. Sjiva vernietigt dus om nieuw leven mogelijk te maken.
Het hindoesme kent nier alleen meerdere goden, het komt ook voor in meerdere vormen. Christenen en moslims zijn gewend aan een soort gezag in de kerk. De paus, de dominee of de imam wijst de gelovigen de weg naar de juiste manier om hun god te eren. Zulk gezag ontbreekt in het hindoesme. Er zijn wel goeroe's, leermeesters, maar die zullen niet aangeven wat de 'juiste' leer is: die is er niet. Verschillende opvattingen lopen door elkaar en kunnen in de loop der tijd ook veranderen. Binnen het hindoesme is het dan ook onmogelijk een ketter te zijn.
