De wereldmachten van de 19e eeuw, Engeland en Amerika. pakten Japan heel anders aan. In 1854 verscheen een Amerikaans vlooteskader in de haven van Edo, de Japanse hoofdstad. Net als China werd Japan gedwongen om zijn havens open te stellen voor Westerse handelaren. De sjogoen. nog steeds een Tokugawa. moest dit machteloos over zijn kant laten gaan. Dit was natuurlijk slecht voor zijn reputatie Na zijn dood werd de familie Tokugawa door de daimyo's verslagen. Zij Letten een keizer op de troon die voorstander was van hervormingen. Onder het bewind van keizer
Moetsoehito (1868-1912) groeide Japan in een
adembenemend tempo uit tot een moderne industiestaat. De vaak schatrijke daimyofamilies investeerden volop in nieuwe industrien. Al snel bleken die industrieen gemakkelijk te kunnen concurreren met de Engelse en Amerikaanse.
Omdat de daimyo's van oudsher veel politieke
macht hadden, konden ze de regering benvloeden. Die voerde een politiek die vooral de grote bedrijven bevoordeelde. Ambachtslieden die opklommen tot industrieel waren in Japan een hoge uitzondering. Dat is dus een verschil met Europa.
Net als de Europese landen had Japan behoefte aan grondstoffen en aan afzetmarkten voor zijn industrieprodukten. Daarom wilde het kolonie', verwerven op het vasteland van Azi. Deze agressieve buitenlandse politiek bracht Japan in oorlog met China (1894) en Rusland (1904-1905). Beide oorlogen werden gewonnen en Japan verwierf veel gebieden in Korea en in Siberi. De 'tovenaarsleerling' Japan was voor veel Chinezen een voorbeeld: ook China zou deze weg moeten inslaan. Maar zoals we gezien hebben was het in China niet zo eenvoudig om te breken met de bestaande tradities.
India
India en China hebben n ding gemeen: het zijn de reuzen van Azi. Maar de verschillen tussen deze reuzen zijn enorm groot. China is de oudste staat van Azi. India een van de jongste - het werd pas in 1947 een zelfstandige staat. Hoe komt het dat China zo snel en India zo laat tot eenheid kwam? Laten we eens naar de kaart kijken. China heeft twee grote rivierdalen. De stroomgebieden van de Hoangho en de Jangtsekiang bepalen de structuur van het land. Beide rivieren stromen door het Chinese laagland en monden uit in dezelfde zet. Ook India heeft twee grote rivierdalen.
