'Van je fouten leren', zoals we dat in Europa proberen te doen, komt in dit verhaal niet voor. Wie een fout maakte. had te vroeg gehandeld, niet genoeg nagedacht en dat was onvergeeflijk. Niets mocht verwaarloosd worden, alles moest tot in de puntjes verzorgd zijn: de kleding, het paleis. de bloementuin, maar ook her handschrift. Wie slordig penseelde (schreef) kon het wel vergeten. Een slecht handschrift was een teken van minachting voor de lezer. Wie krachtige karakters penseelde. genoot groot gezag. Voor keizers en ambtenaren was schoonschrijven dan ook een belangrijke vaardigheid.
Het Chinese schrift is een beeldschrift, geen klankschrift zoals het onze. Een klankschrift verandert als de taal verandert, een beeldschrift niet. In China paste de taal zich dus niet aan de gebruikers aan, de gebruikers pasten zich aan de taal aan. Dat is lang zo gebleven: pas in ion werd het Chinese schrift ingrijpend vereenvoudigd.
Ook China zelf heeft het lang uitgehouden. Naast het Romeinse rijk al was het een wereldrijk. Het Romeinse rijk ging ten onder (476). maar in China werd na elke periode van verwarring de eenheid weer hersteld. Dat was in China ook eenvoudiger dan in Europa: het land bleef cultureel
een eenheid. De Europese cultuur kenmerkt zich veel meer door verdeeldheid.
Europa heeft veel Chinese uitvindingen overgenomen. Omgekeerd hebben de Chinezen zich nooit zo genteresseerd voor wat zich buiten hun land afspeelde. Zij dachten dar daar weinig nieuws te leren viel. Lange tijd hadden ze daar eigenlijk ook wel gelijk in. De Chinezen kenden al windmolens, vliegers, buskruit, papier, porselein, boekdrukkunst en papiergeld voordat de Europeanen daar ooit van gehoord hadden. Toen Marco Polo na zijn beroemde reis door China verslag deed van al deze zaken, werd hij voor fantast en leugenaar uitgemaakt. Maar Europese 'uitvindingen' als het buskruit en de boekdrukkunst zijn dus eigenlijk slechts toepassingen of verbeteringen van wat in China al eerder bedacht was. Er is nog een belangrijk verschil tussen China en Europa: het ontbreken van adel en geestelijkheid. China werd bestuurd door ambtenaren. Een erfelijke groep edelen die de bestuurders leverde, zoals in Europa, dat kende men niet. Ook geestelijken zoals wij die kennen waren er nauwelijks. Er waren wel kloosters en monniken, maar geen machtige kerk die haar stempel op het politieke en culturele leven drukte.
Japan
Japan leek in de periode 1200-1600 in n opzicht op Europa. Het kende namelijk wel een keizer, adel en een ridderstand. De Japanse adel (de 'daimyo's') bestond uit grondbezitters, de Japanse ridderstand ('samoerai') uit zwaardvechters en boogschutters. De keizer was het symbool van de eenheid van Japan, maar de echte macht lag bij de 'sjogoen', de opperbevelhebber. Aan hem waren de edelen en ridders trouw verschuldigd.
Omdat de sjogoen zo machtig was, loerden andere edelen altijd op zijn positie. De geschiedenis van Japan is dan ook een aaneenrijging van samenzweringen van de adel tegen de sjogoen. De sjogoen op zijn beurt sloeg natuurlijk terug waar en wanneer hij kon.
In de tijd van de ontdekkingsreizen leek het er even op dat Spanje en Portugal van Japan een rooms-katholieke modelkolonie zouden maken. De Japanse regering legde de missionarissen, pre-
dikers van het katholieke geloof, geen strobreed in de weg. De belangrijkste godsdienst in Japan. het Zen Boeddhisme, stond niet vijandig tegenover de ideeen van het christendom.
Toen de Spaanse missionarissen zich rond 1600 met de Japanse politiek begonnen te bemoeien. besloot een sjogoen uit de familie Tokugawa dat de christenen (dat waren er inmiddels al meer dan 100.000) vervolgd moesten worden. In 1637 zette hij alle Portugese en Spaanse missionarissen het land uit. De enige Europeanen die nog een voet op Japanse bodem mochten zetten waren de Hollanders. Ze kregen Desjima, een piepklein eilandje voor de kust bij Nagasaki toegewezen. Tot 854 was Desjima het enige contact dat Japan met de Europeanen onderhield.
De tovenaarsleerling
Anders dan de Portugezen waren de Hollanders er niet op uit om hun geloof aan de Japanners op te dringen. Het ging ze om handel en om het dwarszitten van de Spanjaarden. met wie ze op dat moment in oorlog waren.
