Juist doordat opium verboden was, werd met de handel ervan steeds grotere winsten gemaakt. Tussen 1800 en 1837 steeg de Engelse export naar China van 200 naar 20.000 kisten.
In 1839 trad de Chinese regering streng op. Alle Engelse handelaren werden vastgezet, hun opium werd verbrand. Als antwoord hierop stuurde de Engelse regering, opgejut door de East India Company, enkele oorlogsbodems naar Kanton. Deze dwongen de Chinese regering om meer buitenlandse handelaars in haar kuststeden toe te laten. De Engelsen zagen China namelijk als een enorme afzetmarkt voor hun industrieprodukten.
Sommige Chinezen vonden dat China zich moest openstellen voor westerse handelaars. Maar een groeiende groep voelde diepe afkeer van die roodharige Europese barbaren. Er braken opstanden uit regen de Mantsjoes en tegen de westerlingen. Vooral de Bokseropstand 1900) maakte in her Westen diepe Indruk. Een geheim genootschap dat zich 'De Boksers' noemde, richtte zich tegen
Engelsen, Duitsers, Fransen, Japanners, Amerikanen, kortom tegen alle buitenlandse 'bandieten'. Uiteindelijk werd de opstand onderdrukt door Europese en Japanse troepen - wat het gezag van de Mantsjoeregering natuurlijk niet ten goede kwam. In 1911 werd de laatste keizer, Pu Yi van de troon gestoten. Na 2132 jaar keizerschap werd China een republiek.

China en Europa de verschillen
China en Europa liggen ver uit elkaar; geen wonder dat er grote verschillen zijn. Laten we de Europese en de Chinese cultuur eens met elkaar vergelijken.
Voor de Europese cultuur vinden wij de Grieken erg belangrijk. Toen rond 500 v.C. de filosofen met hun leerlingen door de straten van Athene slenterden, ging het er in China nog heel anders Ja n toe. Socrates bijvoorbeeld had er plezier in als zijn leerlingen, voor de vuist weg vragen aan hem stelden. Of dat nu domme vragen waren, onbeleefde vragen, open deuren of juist hele pientere vragen: dat maakte hem niet zoveel uit. Elke vraag was voor hem aanleiding voor een lesje. Een lesje over de beste manier om een land te besturen of over hoe je een goed mens kon zijn. Ook in onze cultuur is Socrates nog steeds het voorbeeld van de goede leraar.
Rond de tijd van Socrates leefde in China Kung Fusies meester Kung. In Europa noemen we hem bij zijn latijnse naam: Confucius. Confucius pakte zijn lessen aan jonge edellieden heel anders aan. Volgens hem waren regels er niet om over t, discussieren, maar om op te volgen. Dat beteken niet dar hij een autoritaire bullebak was, inregen deel. Maar zolang er over regels gediscussieerd kon worden, deugden die regels niet. Er was dan niet genoeg over nagedacht. Een vorst, zei Confucius, moet van binnen en van buiten weten wat de deugd is: hij moet zich de deugd ('t'.) eigen maken, hij moet de deugd zelf zijn. Zolang hij niet zo ver is, moer hij zwijgen, denken, studeren. Net zo belangrijk als de deugd was de etiquette
('li'). Wie die goed toepaste, zou altijd een goed bestuurder zijn. De vorst moest zich als een vorst gedragen. de vader als een vader en de zoon als een zoon. Voor wie de t en de li beheerste, was het besturen van een groot rijk 'zo makkelijk als het bakken van een visje'. De mens was dus tot alles in staat, maar moest zich dan wel inspannen.
