In het noordwesten verrees de Chinese Muur. het grootste bouwwerk ter wereld. China isoleerde zich. Dat kon. omdat de vruchtbare grond genoeg voedsel opleverde om de bevolking re voeden. Handel was dus niet echt nodig. Handelaren hadden in het oude China dan ook weinig invloed en aanzien; handel werd gezien als een minderwaardige bezigheid. vergelijkbaar met smokkel of prostitutie. Boeren. ambachtslieden, ambtenaren werden wel gewaardeerd, als ze tenminste hun plaats kenden.
De enige manier om op te klimmen op de maatschappelijke ladder. was dat een zoon deelnam aan de ambtenarenexamens. De allerknapsten konden het uiteindelijk schoppen tot mandarijnen, ambtenaren in dienst van de keizer. Dat kostte trouwens flink wat inspanning. De studie voor de examens duurde lang en je moest er je dorp en
geboortegrond voor verlaten. Dat deden Chinezen niet graag, want zij zagen hun familiedorp als een heilige plek. Daar werden, met kleine heiligdommen. de voorouders geerd - alleen de mannen dan, want vrouwen werden altijd buiten hun dorp uitgehuwelijkt. Vrouwen stonden lager in de rangorde. Van deelname aan de ambtenarenexamens waren ze uitgesloten.
Bovenaan de piramide stond natuurlijk de keizer, met zijn hofhouding, zijn ambtenaren en zijn generaals.
Mantsjoes en andere barbaren
In de 17e eeuw kwam de Ming-dynastie ten val. Meestal vielen dynastieen door opstanden van de Chinese boeren. Maar in dit geval was het een buitenlandse macht die de regering verdreef de Mantsjoes. Tot 1911 zouden zij over China heersen. De Mantsjoes werden door de Chinezen gezien als barbaren. Om te beginnen waren het rui-rees. Een btje Chinees reed geen paard, dat was iets voor Turken of Mongolen. Een echte Chinees reisde comfortabel per draagstoel. Verder hieven de Mantsjoes hoge belastingen, stelden ze het dragen van vlechten verplicht en stimuleerden ze de handel. Dat viel niet goed. Zolang als de Mantsjoes er geregeerd hebben, heeft in China verzet gesluimerd.
Tussen 1750 en 1800 verdubbelde de Chinese be volking van 15o tot 300 miljoen. Dat was meer dan de economie van het agrarische land kon op vangen. Veel boeren trokken naar de stad. Man in de groeiende steden was lang niet altijd werk Na 1800 concentreerden zich daar de problemen Het gebruik van opium nam bijvoorbeeld toe. De regering was daar niet blij mee. Om te beginnen is opium schadelijk. Maar belangrijker nog was dat opium ingevoerd moest worden uit India, een kolonie van Engeland. Dat importeren kostte veel geld. Daarom verbood de regering het handelen en het gebruik van opium. Dat verbod hielp nauwelijks, want in China bestond een groot netwerk van geheime genootschappen die zich met smokkel bezighielden. Engelse handelaren kochten de opium van de East India Company en verhandelden het spul dan via de haven van Kanton.
