Russen en 'Duitsers'
In december 1825 kwamen legerofficieren in op-'rand tegen de nieuwe tsaar, Nicolaas I. De opstand mislukte. maar her was toch een belangrijke gebeurtenis, omdat voor het eerst geist werd dat Rusland een grondwet moest krijgen Natuurlijk waren in het verleden ook wel edelen in opstand gekomen. Maar die hadden dat altijd gedaan om hun eigen positie te verbeteren. Nu ging het ze om de toestand van Rusland: ze wilden politieke hervormingen.
In 1856 verloor Rusland voor het eerst in zijn geschiedenis een oorlog: de Krimoorlog. Tsaar Alexander II moest nu wel erkennen dat zijn land erg achterop was geraakt, vergeleken met Engeland en Frankrijk. Die wonnen de oorlog met gemak, ook al vond die ver van huis plaats.
De eerste maatregel die Alexander nam was het afschaffen van de lijfeigenschap (1861). Op die manier zou er in Rusland een vrije, moderne boerenstand moeten ontstaan. Zover was het echter nog lang niet, want in de duizenden Russische dorpen leefde men nog traditioneel. Eeuwenlang had men daar de gezamenlijke grond verdeeld onder de boeren, elk jaar opnieuw en dat bleef zo, De Russische boer hechtte aan zijn dorpje, aan de kerk en aan zijn pastoor, de pope. Alle hervormingen van de voorgaande twee eeuwen waren daarom aan hem voorbijgegaan. Veranderingen waren uit den boze, zeker als ze uit Europa kwamen. In de ogen van de meeste Russen waren 'Duitsers' (een verzamelnaam voor alle Westeuropeanen) allemaal heidenen, joden of vrijmetselaars.
Rusland industrialiseert
De afschaffing van de lijfeigenschap veranderde dus niet veel aan het leven van de Russische boer. Belangrijker was de opkomst van de industrie. In Rusland gebeurde dat pas rond 1870. Tot die tijd was Rusland dus een agrarische samenleving, met maar weinig grote steden. Door de industrialisatie ontstond een typisch Russisch verschijnsel: de trekarbeid. Veel boeren trokken 's winters weg uit hun dorp om in de stad in de fabriek te werken. 's Zomers keerden ze dan weer terug naar hun dorp om op het land te werken. Deze industriearbeiders leefden dus in twee werelden, maar alleen in hun dorp voelden ze zich thuis.
In de steden waren de levensomstandigheden dan ook allerellendigst. De arbeiders sliepen vaak in een hoek in de fabriekshal of in smerige logementen, waar ze zich volgoten met de gemeenste wodka die er voor hun dagloon te krijgen was. Bij de aanleg van de Transsiberische spoorlijn, van Warschau tot Wladiwostok, huisden ze in gore barakken. Ook in de olieindustrie aan de Kaspische Zee en in de textielindustrie waren de leefomstandigheden hemeltergend. Zulke wantoestanden kwamen overal in de gendustrialiseerde wereld voor. Maar in landen als de VS en Engeland waren er in de 19e eeuw betere vooruitzichten: onderwijs, algemeen kiesrecht, betere woningbouw. De arbeiders in het westen waren praktisch en materialistisch ingesteld. Voor de Russische trekarbeider was er vooral de pijn om van zijn dorp gescheiden te zijn. Een school of een huis zou betekenen dat hij voorgoed werd opgesloten in de industrile hel.
Ook onder de burgerij was er ontevredenheid. Het Rusland van de tsaren was een politiestaat. Kranten stonden onder censuur (-toezicht), politieke partijen waren verboden en democratie werd door de tsaar een 'zinloze droom' genoemd. Vooral onder jongeren broeide het verzet. Er werden geregeld aanslagen op de tsaar gepleegd, soms met succes, zoals in 1881 op Alexander II. Het ideaal van een revolutie en een andere, betere maatschappij was in de mode tussen 1880 en 1900. In die tijd groeiden in revolutionaire kringen twee jonge mannen op die het aangezicht van Rusland en de wereld zouden veranderen: Wladimir Oeljanov en Josef Djoegasvili. alias Lenin en Stalin.
De kolonisatie van Siberi
Rusland is nog steeds het grootste land ter wereld. Het is (met Turkije) het enige land dat zich uitstrekt over twee werelddelen, Europa en Azi. De grens tussen Europa en Azi wordt gevormd door het Oeralgebergte. In het Europese deel van Rusland woonden rond 1650 vijftien miljoen mensen. In het Aziatische deel van Rusland (Nederland past er tweehonderd maal in) hooguit twee miljoen. Geen wonder dat de Russen zonder veel tegenstand de steppen van Siberi konden veroveren. Moeite kostte het wel, want het was een enorm gebied: leeg, onherbergzaam, 's zomers snikheet en 's winters ijzig koud. Was het dan aantrekkelijk om naar Siberi te gaan?
